Search Header Logo
Herhaling woordsoorten

Herhaling woordsoorten

Assessment

Presentation

World Languages

KG - University

Medium

Created by

Liselore Timmermans

Used 2+ times

FREE Resource

5 Slides • 13 Questions

1

Herhaling woordsoorten

media

2

Bevatten volgende afbeeldingen een (of meerdere) tussenwerpsel(s)?

3

media

4

Multiple Choice

Question image

Bevat de vorige afbeelding een tussenwerpsel?

1

Ja, BONK

2

Ja, ?

3

Ja, BONK en nu ja.

4

Nee

5

media

6

Multiple Choice

Question image

Bevat de vorige afbeelding een tussenwerpsel?

1

Ja, AUW!

2

Ja, Een voetangel!

3

Nee

7

media

8

Multiple Choice

Bevat de vorige afbeelding een tussenwerpsel?

1

Ja, MANUS!

2

Ja, Ai!

3

Ja, MANUS en Ai!

4

Nee

9

Multiple Choice

Is het onderstreepte woord een bijwoord?


Hij slaapt heel erg slecht.

1

Ja

2

Nee

10

Multiple Choice

Dit bijwoord vertelt meer over ...


Hij slaapt heel erg slecht.

1

Een werkwoord

2

Een telwoord

3

Een bijvoeglijk naamwoord

4

Een ander bijwoord

11

Multiple Choice

Is het onderstreepte woord een bijwoord?


De politie heeft ongeveer 600 kilo drugs onderschept in de haven.

1

Ja

2

Nee

12

Multiple Choice

Dit bijwoord vertelt meer over ...


De politie heeft ongeveer 600 kilo drugs onderschept in de haven.

1

Een werkwoord

2

Een telwoord

3

Een bijvoeglijk naamwoord

4

Een ander bijwoord

13

Multiple Choice

Wat zijn de persoonlijke voornaamwoorden in deze zin?


Ga jij met mij mee naar de cinema?

1

Jij

2

Jij, mij

3

Er staan geen persoonlijke voornaamwoorden in deze zin.

4

Naar de cinema

14

Multiple Choice

Is het onderstreepte woord een bijwoord?


Alex is een hele goede student.

1

Ja

2

Nee

15

Multiple Choice

Dit bijwoord vertelt meer over ...


Alex is een hele goede student.

1

Een werkwoord

2

Een telwoord

3

Een bijvoeglijk naamwoord

4

Een ander bijwoord

16

Multiple Choice

Wat zijn de persoonlijke voornaamwoorden in deze zin?


Vraag je dat aan hen?

1

Je

2

Je, hen

3

Hen

4

Er zijn geen persoonlijke voornaamwoorden in deze zin.

17

Multiple Choice

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?


Dat is onze klas.

1

Dat

2

onze

3

onze klas

18

Multiple Choice

Wat is het verschil tussen hen en hun?

1

Er is geen verschil.

2

Hun verwijst naar een groep.

Hen verwijst naar het bezit van die groep.

3

Hen verwijst naar een groep.

Hun verwijst naar het bezit van die groep.

Herhaling woordsoorten

media

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 18

SLIDE