

Inhoudswoorden
Presentation
•
World Languages
•
8th Grade
•
Easy
Vincent Berghoef
Used 2+ times
FREE Resource
7 Slides • 25 Questions
1
Inhoudswoorden
Ik weet wat inhoudswoorden zijn.

2
Inhoudswoorden geven een zin betekenis. Er zijn vier inhoudswoorden
werkwoord (ww)
zelfstandig naamwoord (zn)
Bijvoeglijk naamwoord (bn)
bijwoord (bw)
3
Het werkwoord
Een werkwoord is een woordsoort waaraan je kunt zien wat een mens, dier of ding doet.
Er zijn hulpwerkwoorden Daaraan is niet te zien wat een mens, dier of ding doet.
Een hulpwerkwoord is bijvoorbeeld een vorm van zijn, hebben of worden.
Ik ben vandaag naar school geweest
Ben en geweest zijn werkwoorden.
Hij heeft een mooi doelpunt gemaakt.
De agenten worden aangevallen door virusontkenners.
4
Multiple Choice
De hooligans vluchten voor de bereden politie.
Wat is het werkwoord?
politie
hooligans
politie
vluchten
5
Fill in the Blanks
Type answer...
6
Multiple Select
Wat zijn de werkwoorden uit de volgende zin.
De kabouter heeft een smurf vermoord.
heeft vermoord
kabouter, smurf
een smurf
de kabouter
7
Het zelfstandige naamwoord.
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens dier, ding, plant of gevoel Je kunt er altijd de of het voor zetten.
8
Multiple Choice
Waar staan alle zelfstandige naamwoorden uit de volgende zin.
De schrijver heeft het boek geschreven dat een prijs heeft gewonnen,
schrijver, boek en prijs
de het
heeft geschreven
heeft gewonnen
9
Multiple Select
welke van de vier woorden is een zelfstandig naamwoord?
vluchten
belangrijke
sneeuwspeeder
vechten
10
Open Ended
Noem drie zelfstandig naamwoorden die je ziet in de klas.
11
Bijvoeglijk naamwoord.
Een bijvoeglijk naamwoord is een woord die aangeeft wat je van een zelfstandig naamwoord vindt of hij hij eruit ziet.
De grote man
De spannende film
de vervelende juffrouw
de onaangename situatie
De meeste bijvoeglijk naamwoorden eindigen op een e. Er zijn ook bijvoeglijk naamwoorden eindigen op en
De ijzeren handboeien
De zilveren oorbellen
de gespannen sfeer.
12
Multiple Choice
jullie
13
Multiple Choice
14
Multiple Choice
15
Multiple Choice
16
Multiple Choice
17
Multiple Choice
Het snelle konijn werd niet gevangen.
snelle
konijn
werd
gevangen
18
Multiple Choice
Het snelle konijn werd niet gevangen.
snelle
konijn
werd
gevangen
19
Het bijwoord
Een bijwoord is een woord die extra informatie geeft over het werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord.
De hele gemene meester.
De ijzig koude dame
Hij bewoog langzaam naar voren.
20
Multiple Choice
Wat is het bijwoord in onderstaande zin?
Hij heeft de muur slordig geverfd.
slordig
geverfd
heeft
de muur
21
Multiple Choice
Eline kan goed pianospelen.
kan
goed
pianospelen
goed pianospelen
22
Multiple Choice
Wat is het bijwoord in onderstaande zin?
Jullie hebben het proefwerk slecht voorbereid.
Jullie
hebben
het proefwerk
slecht
23
Multiple Choice
Wat is het bijwoord in onderstaande zin?
Er liggen erg zieke mensen in een ziekenhuis.
liggen
erg
zieke
mensen
24
Multiple Choice
Wat is het bijwoord in onderstaande zin?
De auto rijdt hard.
De auto
rijdt
hard
rijdt hard
25
Inhoudswoorden zijn dus
het werkwoord (ww)
Het zelfstandig naamwoord (zn)
Het bijvoeglijk naamwoord (bn)
Het bijwoord (bw)
26
Multiple Choice
Zijn mooie mobiel ligt gelukkig bij de bedrijfsleider.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
27
Multiple Choice
Mijn broer verklaart wat hij doet.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
28
Multiple Choice
Snel rent hij naar de winkel.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
29
Multiple Choice
Hij pakte een bruin brood in de supermarkt.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
30
Multiple Choice
Waar gebruikte hij het stomme ding?
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
31
Multiple Choice
Hij gooit woest de kussens van de bank en bed.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
32
Multiple Choice
Mijn broer zoekt wanhopig naar zijn telefoon.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
Inhoudswoorden
Ik weet wat inhoudswoorden zijn.

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 32
SLIDE
Similar Resources on Wayground
29 questions
Zelfstandig werk - Frans
Presentation
•
6th Grade
24 questions
B1 Chronologie
Presentation
•
10th Grade
28 questions
8 Thomas@moord.net
Presentation
•
8th Grade
25 questions
Present simple & to have
Presentation
•
7th Grade
26 questions
Bezig blijven...
Presentation
•
6th - 8th Grade
26 questions
3MT Level 3 intro + explore 1
Presentation
•
9th Grade
23 questions
NTC6 T4.3 GRAFISCH EN GESTAAFD
Presentation
•
6th Grade
19 questions
Present simple
Presentation
•
7th Grade
Popular Resources on Wayground
16 questions
Grade 3 Simulation Assessment 2
Quiz
•
3rd Grade
19 questions
HCS Grade 5 Simulation Assessment_1 2526sy
Quiz
•
5th Grade
10 questions
Cinco de Mayo Trivia Questions
Interactive video
•
3rd - 5th Grade
17 questions
HCS Grade 4 Simulation Assessment_2 2526sy
Quiz
•
4th Grade
24 questions
HCS Grade 5 Simulation Assessment_2 2526sy
Quiz
•
5th Grade
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
30 questions
GVMS House Trivia 2026
Quiz
•
6th - 8th Grade
Discover more resources for World Languages
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Cinco de Mayo
Quiz
•
7th - 9th Grade
7 questions
CINCO DE MAYO IS ABOUT ...
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
preterito vs imperfecto
Quiz
•
5th - 12th Grade
16 questions
la naturaleza
Quiz
•
5th - 12th Grade
23 questions
Stem changing verbs
Quiz
•
8th Grade
10 questions
La Batalla de Puebla, 5 de Mayo
Quiz
•
7th - 12th Grade
15 questions
Spanish Direct Object Pronouns
Quiz
•
8th - 10th Grade