

1A STEM-olympiade 4
Presentation
•
Science, Mathematics
•
1st - 2nd Grade
•
Medium
Valerie De Greyt
Used 2+ times
FREE Resource
21 Slides • 20 Questions
1
STEM-olympiade 4
2
3
Multiple Choice
Zullen er in de vloeistof in het buisje bacteriën en/of schimmels aanwezig zijn?
Ja, zowel bacteriën als schimmels.
Neen, alleen bacteriën maar geen schimmels.
Neen, alleen schimmels maar geen bacteriën.
Neen, geen bacteriën en geen schimmels.
4
Antwoord A: Het wijkproject Tettel, omdat dit op het platteland ligt waar nog niet veel huizen staan.
Antwoord B: Het wijkproject Krekel, omdat dit dichtbij 2 grote straten (Deusterstraat en Oostweg) ligt en toch dichtbij het centrum.
Antwoord C: Langs de Baan naar Bree omdat daar nog veel ruimte is.
Antwoord D: In het mooie bosrijke gebied ten noordwesten van het centrum, omdat je op die manier waarschijnlijk rijke mensen naar Peer lokt.
5
Multiple Choice
Welk project zal je dan steunen?
Het wijkproject Tettel, omdat dit op het platteland ligt waar nog niet veel huizen staan.
Het wijkproject Krekel, omdat dit dichtbij 2 grote straten (Deusterstraat en Oostweg) ligt en toch dichtbij het centrum.
Langs de Baan naar Bree omdat daar nog veel ruimte is.
In het mooie bosrijke gebied ten noordwesten van het centrum, omdat je op die manier waarschijnlijk rijke mensen naar Peer lokt.
6
7
Multiple Choice
De oranje QR-code
De blauwe QR-code
De groene QR-code
De grijze QR-code
8
Antwoord A: 1 G (=600 ⋅ 600 ⋅ 0,25 : 90 000)
Antwoord B: 4,2 G (= 25 ⋅ 25 ⋅ 600 : 90 000)
Antwoord C: 16,7 G (= 50 ⋅ 50 ⋅ 600 : 90 000)
Antwoord D: 100 G (= 600 ⋅ 600 ⋅ 25 : 90 000)
9
Multiple Choice
Hoeveel G (keer de zwaartekracht) zal je wasgoed ervaren?
1 G (=600 ⋅ 600 ⋅ 0,25 : 90 000)
4,2 G (= 25 ⋅ 25 ⋅ 600 : 90 000)
16,7 G (= 50 ⋅ 50 ⋅ 600 : 90 000)
100 G (= 600 ⋅ 600 ⋅ 25 : 90 000)
10
11
Multiple Choice
Hoe heet deze applicatie?
Snapchat
Photoshop
12
Antwoord A: Beide bekers kleuren fel blauw
Antwoord B: Beker 1 kleurt fel blauw
Antwoord C: Beker 2 kleurt fel blauw
Antwoord D: Geen enkele van de bekers kleurt blauw
13
Multiple Choice
Wat ziet Anneleen gebeuren?
Beide bekers kleuren fel blauw
Beker 1 kleurt fel blauw
Beker 2 kleurt fel blauw
Geen enkele van de bekers kleurt blauw
14
15
Multiple Choice
Welke vitamine zal er zeker in de vervangmaaltijd van vegetariërs opgenomen moeten zijn?
Vitamine A
Vitamine B
Vitamine C
Vitamine D
16
17
Multiple Choice
Welke schakeling mag ze NIET gebruiken?
Schakeling A
Schakeling B
Schakeling C
Elke schakeling is oké
18
Antwoord A: Na een half uur
Antwoord B: Na ongeveer drie kwartier
Antwoord C: Na 59 minuten
Antwoord D: Na een kwartier
19
Multiple Choice
Als je weet dat de hoeveelheid water die in de tank binnenstroomt elke minuut verdubbelt, wanneer was de tank dan half gevuld?
Na een half uur
Na ongeveer drie kwartier
Na 59 minuten
Na een kwartier
20
Antwoord A: In het blauw reservoir, gelegen net onder het dak. Het water stroomt dan vlot via leidingen naar alle verdiepingen.
Antwoord B: In het groene reservoir, halfweg het gebouw. Op die plaats zit het water het dichtst bij al de andere verdiepingen en moet het dus het minst ver stromen.
Antwoord C: In een ondergronds reservoir (rood). Van daaruit wordt het naar boven gepompt.
Antwoord D: In het gele reservoir. Omdat dit de voordelen van het blauwe en het groene reservoir combineert.
21
Multiple Choice
Hoe en waar vang je dat regenwater best op?
In het blauw reservoir, gelegen net onder het dak. Het water stroomt dan vlot via leidingen naar alle verdiepingen.
In het groene reservoir, halfweg het gebouw. Op die plaats zit het water het dichtst bij al de andere verdiepingen en moet het dus het minst ver stromen.
In een ondergronds reservoir (rood). Van daaruit wordt het naar boven gepompt.
In het gele reservoir. Omdat dit de voordelen van het blauwe en het groene reservoir combineert.
22
Antwoord A: Soms verandert het van 1 naar 0
Antwoord B: Soms verandert het van 0 naar 1
Antwoord C: De uitgang blijft in elke situatie 1
Antwoord D: De uitgang blijft in elke situatie 0
23
Multiple Choice
Wat kan er met het uitgangssignaal veranderen?
Soms verandert het van 1 naar 0
Soms verandert het van 0 naar 1
De uitgang blijft in elke situatie 1
De uitgang blijft in elke situatie 0
24
Antwoord A: Geslaagde zelfbestuiving
Antwoord B: Geslaagde kruisbestuiving
Antwoord C: Geen bestuiving
Antwoord D: Geslaagde hybride bestuiving
25
Multiple Choice
Een 5de bestuivingspoging is getekend met de rode pijl. Wat is hier het resultaat van?
Geslaagde zelfbestuiving
Geslaagde kruisbestuiving
Geen bestuiving
Geslaagde hybride bestuiving
26
Antwoord A: Ga 1 naar boven, ga 1 naar links, en herhaal
Antwoord B: Ga 2 naar boven, ga 2 naar links, en herhaal
Antwoord C: Ga 1 naar links, ga 1 naar boven, en herhaal
Antwoord D: Ga 2 naar links, ga 2 naar boven, en herhaal
27
Multiple Choice
Welk van de algoritmen zou de robot veilig terugleiden naar het ruimteschip.
Ga 1 naar boven, ga 1 naar links, en herhaal
Ga 2 naar boven, ga 2 naar links, en herhaal
Ga 1 naar links, ga 1 naar boven, en herhaal
Ga 2 naar links, ga 2 naar boven, en herhaal
28
Antwoord A: De stroom vloeit via de bovenleiding de trein binnen en levert daar energie. De elektriciteit stroomt niet meer terug.
Antwoord B: De stroom vloeit via de stroomafnemer vooraan op de trein binnen en stroomt via de stroomafnemer achteraan terug naar de bovenleiding.
Antwoord C: De elektriciteit wordt opgewekt door het spanningsverschil op de bovenleiding tussen de voorkant van de trein (eerste stroomafnemer) en de achterkant van de trein (tweede stroomafnemer).
Antwoord D: De stroom vloeit via de stroomafnemer vooraan op de trein naar binnen en stroomt via de metalen sporen terug naar transformatorhuis.
29
Multiple Choice
hoe kan de trein die spanning omzetten in bewegingsenergie.
De stroom vloeit via de bovenleiding de trein binnen en levert daar energie. De elektriciteit stroomt niet meer terug.
De stroom vloeit via de stroomafnemer vooraan op de trein binnen en stroomt via de stroomafnemer achteraan terug naar de bovenleiding.
De elektriciteit wordt opgewekt door het spanningsverschil op de bovenleiding tussen de voorkant van de trein (eerste stroomafnemer) en de achterkant van de trein (tweede stroomafnemer).
De stroom vloeit via de stroomafnemer vooraan op de trein naar binnen en stroomt via de metalen sporen terug naar transformatorhuis.
30
Antwoord A: 600 Ohm (=100 ⋅ 6)
Antwoord B: 60 Ohm (=3 : 0,05)
Antwoord C: 16,66 Ohm (=75 : 4,5)
Antwoord D: 0,01666 Ohm (=0,25 : 1,5)
31
Multiple Choice
Wat is de elektrische weerstand van deze draad?
600 Ohm (=100 ⋅ 6)
60 Ohm (=3 : 0,05)
16,66 Ohm (=75 : 4,5)
0,01666 Ohm (=0,25 : 1,5)
32
33
Multiple Choice
Welk lampje is er kapotgegaan?
lamp 1
lamp 2
lamp 3
lamp 4
34
Antwoord A: De kabels moeten onderaan in het welfsel geplaatst worden.
Antwoord B: De kabels moeten aan de bovenzijde van het welfsel zitten.
Antwoord C: Het maakt niet uit of de kabels bovenaan of onderaan zitten.
Antwoord D: Je moet helemaal geen gewapend beton plaatsen.
35
Multiple Choice
Als je nu een betonnen gewelf moet plaatsen tussen twee steunmuren, hoe moet je het dan oriënteren?
De kabels moeten onderaan in het welfsel geplaatst worden.
De kabels moeten aan de bovenzijde van het welfsel zitten.
Het maakt niet uit of de kabels bovenaan of onderaan zitten.
Je moet helemaal geen gewapend beton plaatsen.
36
Antwoord A: De dichtheid van de zee is kleiner dan de dichtheid van het menselijk lichaam.
Antwoord B: De dichtheid van de zee is groter dan de dichtheid van het menselijk lichaam.
Antwoord C: De dichtheid van de zee is dezelfde als de dichtheid van het menselijk lichaam.
Antwoord D: De dichtheid van de zee en de dichtheid van het menselijk lichaam hebben hier niets mee te maken.
37
Multiple Choice
Wat betekent dit?
De dichtheid van de zee is kleiner dan de dichtheid van het menselijk lichaam.
De dichtheid van de zee is groter dan de dichtheid van het menselijk lichaam.
De dichtheid van de zee is dezelfde als de dichtheid van het menselijk lichaam.
De dichtheid van de zee en de dichtheid van het menselijk lichaam hebben hier niets mee te maken.
38
Antwoord A: Even snel als de linkeras
Antwoord B: 3x trager dan de linkeras
Antwoord C: 3x sneller dan de linkeras
Antwoord D: 9x sneller dan de linkeras
39
Multiple Choice
Hoe snel draait de rechteras?
Even snel als de linkeras
3x trager dan de linkeras
3x sneller dan de linkeras
9x sneller dan de linkeras
40
41
Multiple Choice
Antwoord a
Antwoord b
Antwoord c
Antwoord d
STEM-olympiade 4
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 41
SLIDE
Similar Resources on Wayground
33 questions
Estrategias de comprensión lectora
Presentation
•
KG
34 questions
Untitled Presentation
Presentation
•
2nd Grade
33 questions
FUNCIÓN EXPONENCIAL
Presentation
•
1st Grade
33 questions
8BA_ CLASE 4
Presentation
•
1st Grade
36 questions
TEST 1
Presentation
•
KG
37 questions
REVISANDO SABERES GRAMATICAIS DO 1º NÍVEL
Presentation
•
1st - 2nd Grade
36 questions
Repaso Tema 1 Sociales
Presentation
•
3rd - 6th Grade
37 questions
TEMA 4 C.SOCIALES: EL AGUA Y EL AIRE
Presentation
•
2nd Grade
Popular Resources on Wayground
6 questions
Secondary Safety Quiz
Presentation
•
9th - 12th Grade
10 questions
Afterschool Activities & Sports
Quiz
•
6th - 8th Grade
19 questions
ROAR Week 2026
Quiz
•
9th - 12th Grade
20 questions
Lab Safety Quiz
Quiz
•
6th Grade
15 questions
Cool Tool:Chromebook
Quiz
•
6th - 8th Grade
22 questions
would you rather
Quiz
•
3rd - 11th Grade
21 questions
Continents and Oceans
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Parts of Speech
Quiz
•
5th Grade
Discover more resources for Science
20 questions
addition facts
Quiz
•
2nd Grade
20 questions
Addition Facts within 20
Quiz
•
1st - 3rd Grade
15 questions
Addition and Subtraction
Quiz
•
1st Grade
10 questions
Understanding Place Value Quiz
Quiz
•
2nd Grade
17 questions
Greetings and Farewells in Spanish
Quiz
•
1st - 6th Grade
30 questions
Multiplication Facts 1-12
Quiz
•
2nd - 5th Grade
15 questions
Place value
Quiz
•
2nd Grade
20 questions
Addition and Subtraction facts
Quiz
•
1st - 3rd Grade