Search Header Logo
MH1 Zinsdelen

MH1 Zinsdelen

Assessment

Presentation

World Languages

1st Grade

Medium

Created by

Marcia van Kampen

Used 3+ times

FREE Resource

4 Slides • 9 Questions

1

MH1 Zinsdelen

2

2.    Je kunt het werkwoordelijk gezegde en het lijdend voorwerp juist aanwijzen

1.    Je kunt de persoonsvorm en het onderwerp juist aanwijzen

Lesdoelen

3

Multiple Select

Wat is een zinsdeel?

1

Eén woord uit de zin

2

Een paar woorden uit de zin die bij elkaar horen

3

Een woord of woordgroep die bepaalde informatie toevoegt aan de zin (bijv: waar, wanneer, hoe)

4

Een woord of woordgroep met een bepaalde functie in de zin (bijv: onderwerp, persoonsvorm, lijdend voorwerp)

4

Welke zinsdelen moet je kunnen herkennen?

  1. persoonsvorm

  2. werkwoordelijk gezegde

  3. onderwerp

  4. lijdend voorwerp

5

Open Ended

Wat is de persoonsvorm?

6

Open Ended

Als er meerdere werkwoorden in een zin staan, hoe weet je dan welke de persoonsvorm is? Noem twee manieren.

7

Multiple Select

In welke volgorde zoek je de zinsdelen in de zin?

1

persoonsvorm - onderwerp - lijdend voorwerp - werkwoordelijk gezegde

2

persoonsvorm - werkwoordelijk gezegde - lijdend voorwerp - onderwerp

3

persoonsvorm - werkwoordelijk gezegde - onderwerp - lijdend voorwerp

4

persoonsvorm - onderwerp - werkwoordelijk gezegde - lijdend voorwerp

8

Multiple Choice

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

1

Alle werkwoorden in de zin

2

Alle werkwoorden in de zin + te / aan het

3

Alle werkwoorden in de zin + onderdelen van splitsbare werkwoorden

4

Alle werkwoorden in de zin + te / aan het + onderdelen van splitsbare werkwoorden

9

Open Ended

Wat is het onderwerp van de zin?

10

Open Ended

Hoe vind je het onderwerp in de zin?

11

Open Ended

Wat is het lijdend voorwerp van de zin?

12

Multiple Choice

Hoe vind je het lijdend voorwerp in deze zin: De meisjes kopen mooie shirtjes?

1

Wie kopen mooie shirtjes? (Wie/wat + pv)

2

Wat kopen de meisjes? (Wat + pv + ond)?

13

Samenvatting:

PV = WW -> belangrijkste werkwoord in de zin

tt -> vt of ev -> mv​

OW = hoort bij PV! Staat er direct voor of achter.

Belangrijkste wie/wat in de zin, degene die het doet.

WW = WW -> alle ww in de zin + te / aan het + splitsbaar deel

LV = Tweede wie/wat in de zin.

Is er NAAST het onderwerp nog een tweede persoon of ding? ​

MH1 Zinsdelen

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 13

SLIDE