Search Header Logo
Werkwoorden vervoegen herhaling

Werkwoorden vervoegen herhaling

Assessment

Presentation

Other, World Languages

3rd - 4th Grade

Medium

Created by

PH LEFIEF

Used 5+ times

FREE Resource

44 Slides • 8 Questions

1

media

Wordt jij boos

als je dit leesd?

2

Werkwoorden vervoegen: herhaling

media

3

​OM WERKWOORDEN JUIST TE VERVOEGEN DIEN JE TE WETEN WAT EEN PERSOONSVORM EN EEN ONDERWERP ZIJN...

Het begint dus allemaal met zinsontleding of grammatica.​

media

4

Multiple Choice

Wat wordt met 'de persoonsvorm' bedoeld?

1

Een vervoegde vorm van het werkwoord. Het is de werkwoordsvorm die hoort bij het onderwerp van de zin.

2

De persoon waarover de zin of tekst gaat. Het is het onderwerp van de zin.

3

Letterlijk: de vorm van de persoon. Het is de beschrijving van de persoon waarover de tekst gaat.

4

Een synoniem voor infinitief of het hele werkwoord of ook wel de onbepaalde wijs.

5

  • ​Een vervoegde vorm van het werkwoord.

  • Het is de werkwoordsvorm die hoort bij het onderwerp van de zin.

​persoonsvorm:

​Alle regels over de vervoeging van een werkwoord

gelden enkel voor de PERSOONSVORM.

media

6

​HOE VIND JE DE PERSOONSVORM?

media

7

​HOE VIND JE DE PERSOONSVORM?

media

​De hond zit in de kennel.

Vragend: Zit de hond in de kennel?

Zit = persoonsvorm.

De hond blaft naar de voorbijgangers.

Andere tijd: De hond blafte naar de voorbijgangers.

Blaft = persoonsvorm

De hond ontsnapt uit de kennel.

Getal veranderen: De honden ontsnappen uit de​ kennel.

Ontsnapt = persoonsvorm​

media

8

Fill in the Blanks

Type answer...

9

Fill in the Blanks

Type answer...

10

media

​HOE VIND JE HET ONDERWERP?

11

media

​HOE VIND JE HET ONDERWERP?

​Ik verdwaalde in de duinen van De Panne.

Persoonsvorm: Verdwaalde ik in de duinen?

Verdwaalde = persoonsvorm.

Wie of wat verdwaalde? => IK

Ik= ONDERWERP​

media

12

Multiple Choice

Ik heb dat boek nooit meer teruggevonden.

Wat is het ONDERWERP van deze zin?

1

dat boek

2

heb

3

ik

4

nooit meer

5

teruggevonden

13

Multiple Choice

Vindt je zus dat oké?

Wat is het ONDERWERP van deze zin?

1

Vindt

2

je

3

je zus

4

dat

14

​Nu we het onderwerp en de persoonsvorm kunnen aanduiden, moeten we de regels van de vervoegingen nog leren toepassen...

Maar dat begint bij het bepalen van de... ​ van het werkwoord.

media

15

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

16

​Geen regel, maar een handigheidje dat steeds werkt om de 'stam' te bepalen. Gebruik het werkwoord in de ik-vorm, de eerste persoon enkelvoud dus. De ik-vorm is steeds de stam van het werkwoord. Je maakt hiermee gebruik van je taalgevoel, het is geen officiële regel.

​Liegen => ik lieg => stam = lieg

Koken => ik kook => stam = kook

Roepen => ik roep => stam = roep

Melden => ik meld => stam = meld​

media

17

​De officiële regels om de stam te bepalen van een werkwoord

media
media

​Stamregel 1: Het werkwoord verandert niet.

​Haal -en af van het hele werkwoord. Wat je overhoudt is de stam.

fietsen

-en = fiets

werken

-en = werk

hangen

-en = hang

duwen

-en = duw

media

18

​De officiële regels om de stam te bepalen van een werkwoord

media

Stamregel 2: Het werkwoord verandert.

Sommige hele werkwoorden hebben een lange klinker. Om die klinker lang te houden, moet je een extra klinker toevoegen.

lopen -en = lop, maar wordt +o: loop

spelen -en = spel, maar wordt +e: speel

weten -en = wet, maar wordt +e: weet

maken - en= mak, maar wordt +a: maak​

media
media

19

​De officiële regels om de stam te bepalen van een werkwoord

media

Stamregel 3: Dubbele medeklinkers

Sommige hele werkwoorden hebben dubbele medeklinkers.

We halen er dan ook één medeklinker af.

bakken -en = bakk, maar wordt -k: bak

klappen -en = klapp, maar wordt -p: klap

rennen -en = renn, maar wordt -n: ren

missen- en= miss, maar wordt -s: mis​

media
media

20

​De officiële regels om de stam te bepalen van een werkwoord

media

Stamregel 4: De f verandert in de v en de s verandert in de z

Soms heeft de ruwe stam een korte klinker. In dit geval willen we de klinker lang houden. Daarom gaan we deze eerst bewerken door een extra klinker toe te voegen.

blazen -en = blaz, maar wordt -z+as: blaas

verhuizen -en = verhuiz, maar wordt -z+s: verhuis

beven -en = bev, maar wordt -v+es: beef

durven- en= durv, maar wordt -v+f: durf​

media
media

21

​De officiële regels om de stam te bepalen van een werkwoord

media

Stamregel 5: Woorden die eindigen op een trema

Er zijn maar weinig werkwoord die eindigen op een trema.

Algemene regel: het trema verdwijnt in de stam!​

ruziën -n = ruzië, maar wordt: ruzie

neuriën -n = neurië, maar wordt: neurie

media
media

22

​Om werkwoorden correct te kunnen vervoegen, houden we dus rekening met 3 zaken:

1) persoonsvorm

2) onderwerp

3) stam van het werkwoord​

media

23

media

​Werkwoorden vervoegen in de T.T., de tegenwoordige tijd.

Tegenwoordige tijd = NU​

media

​inversie!

media

24

media

​Werkwoorden vervoegen in de T.T., de tegenwoordige tijd.

Jij strijdt. <=> Strijd jij?

Soms hoor je het niet... Verander dan het werkwoord: jij smurft <=> smurf jij...

media

25

media

​Werkwoorden vervoegen in de V.T., de verleden tijd.

Verleden tijd = wat vroeger gebeurd is, wat voorbij is.​

media

26

​Maar is nu het TE of DE?

media

​Hier helpt de 'smurfenregel' ons niet... (enkel in T.T.)

En vaak kan je het ook niet echt horen...

Bijvoorbeeld: streven, bekladden, ​

Wat nu?​

27

media

​Is het nu +te of + de?

Is het nu + ten of +den?​

​Een kofschip was oorspronkelijk een zeilschip van ca. 12 meter lang voor kust- en binnenvaart met platte bodem.

media

28

media

In ’t kofschip zitten alle medeklinkers die we nodig hebben om te weten of we een -d of een -t moeten schrijven aan het eind van het werkwoordsvorm. In ’t kofschip ontbreekt nog de x.

 

media

29

media

​In ’t kofschip zitten alle medeklinkers die we nodig hebben om te weten of we een -d of een -t moeten schrijven aan het eind van het werkwoordsvorm. In ’t kofschip ontbreekt nog de x.

 

media
media

​Wanneer de stam eindigt op een medeklinker uit 't Kofschip x, dan gebruiken we T om de verleden tijd te vinden.

Anders gebruiken we de 'D'. ​

media

30

Pieter __ (plakken v.t.) gisteren de band van zijn fiets.

  1. Schrijf eerst de ik-vorm van het werkwoord op.

​​Pieter plak_ gisteren de band van zijn fiets.

  1. D of T? Kijk of de laatste letter van de stam 1 van de medeklinkers van ’t kofschip x is.

31

​​​Pieter plakte gisteren de band van zijn fiets.

  1. Kijk of de laatste letter van de stam 1 van de medeklinkers van ’t kofschip x is.

32

​krijgen - kreeg - gekregen

media
media

33

media

​hint:

​Er is één soort werkwoorden waar de stamregels niet werken...

34

media

​sterke werkwoorden <-> zwakke werkwoorden

35

Multiple Choice

Question image

Wat zijn nu juist die 'sterke werkwoorden'?

1

werkwoorden die kracht uitdrukken

2

werkwoorden die de regels niet volgen omdat ze van klank veranderen in de vervoegingen

3

werkwoorden die nooit veranderen en dus altijd de regels volgen

4

werkwoorden die al heel oud zijn

36

​Een sterk werkwoord heeft een verbogen klank in de vervoeging.

(om iets te verbuigen dien je 'sterk' te zijn.)​

Een zwak werkwoord behoudt

de oorspronkelijke klank in de vervoeging. ​

(niet sterk genoeg om de klank te verbuigen)​

​krijgen - kreeg - gekregen

​spelen - speelde - gespeeld

media

37

​Hoe herken je sterke en zwakke werkwoorden?

media

38

Multiple Choice

Hoe herken je sterke en zwakke werkwoorden?

1

Niet! Dat is iets wat je moet weten.

2

Werkwoorden met tweeklanken zijn meestal sterk.

3

Wanneer de stam moet aangepast worden is het een sterk werkwoord.

4

Je kan gebruik maken van de regel van 't kofschip.

39

media
media

Lijst met 1500 sterke werkwoorden

(het zijn er niet echt zoveel want er staan veel samenstelling bij)​

40

Dubbele -d of -t bij de persoonsvorm verleden tijd

media

41

media

​We keren terug naar de ...

media
media
media
media

42

​Wanneer de STAM (de ik-vorm) al eindigt op een 'd' of een 't', dan pas je gewoon de regel toe.

STAM + TE of DE ​

media

43

Lars ____ (wenden v.t.) zijn gezicht af.

​Wat is de stam van wenden? (de ik-vorm)

media

44

​STAM = WEND

media
media

45

Lars wendde zijn gezicht af.

media

​+ de

46

media

​VALSTRIKKEN

47

​Wanneer het GEEN persoonsvorm (vervoegd werkwoord) is,

gelden deze regels NIET!

​Zij verblijdde me met haar komst. (persoonsvorm)

De verblijde sfeer maakte iedereen gelukkig. ​(geen persoonsvorm)

​De verblijde sfeer => dit is GEEN werkwoord, geen PV! Daarom geen verdubbeling!

48

media

​VALSTRIKKEN

49

​Gebiedende wijs of IMPERATIEF

​Dat is een 'bevel' of een 'instructie'.

media

​HERINNER DAT GOED ZONDER T!

50

media

​VALSTRIKKEN

51

​De WEDERKERENDE vorm in de gebiedende wijs (imperatief).

media

​Kleedt u zich aan...

Smurft u zich aan...​

52

media
media

Wordt jij boos

als je dit leesd?

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 52

SLIDE