Search Header Logo
  1. Resource Library
  2. Ela
  3. Grammar
  4. ...
  5. Relative Clauses
Relative clauses

Relative clauses

Assessment

Presentation

English

12th Grade

Practice Problem

Easy

Created by

Adriënne Riemersma

Used 27+ times

FREE Resource

7 Slides • 5 Questions

1

Relative clauses

By Adriënne Riemersma

2

Wat zijn relative clauses?

Relative clauses vertaal je in het Nederlands als betrekkelijke bijzinnen. Je gebruikt deze zinnen als je extra informatie wil geven over iets of iemand. Vaak begint deze relative clause met who, which of that , net zoals je in het Nederlands hiervoor die of dat gebruikt.

3

Let op!

De bijzin geeft dus extra informatie, maar dit kan je soms ook weglaten zonder dat de betekenis van de hoofdzin verandert. In dat geval gebruik je nooit that , maar altijd who of which . Deze bijzin moet je altijd tussen komma’s plaatsen! Een voorbeeld is

“My sister, who turned 16 years old today, got a new bike”.

4

Wanneer who, which of that?​

Who gebruik je bij personen

Which gebruik je bij dieren en dingen

That gebruik je bij personen, dieren en dingen.

Dat lijkt misschien verwarrend, maar that is hierbij iets informeler en kan je eigenlijk op dezelfde manier gebruiken als who en which . Let wel op de uitzondering van de vorige slide.

5

Weglaten?

De bijzin kan soms ook informatie geven die belangrijk is om te begrijpen over wie of wat de zin eigenlijk gaat. Je kan who , which of that in deze gevallen vaak weglaten.

Dit zie je bijvoorbeeld in de zin

“This is the girl (that) I saw running down the street yesterday”.

6

Whose

Whose is hierbij nog een extra vorm van who , waarmee je bezit aangeeft. Je vertaalt dit met: van wie, wiens of waarvan.

Een voorbeeldzin is

“Celine, whose wallet was stolen, had to go to the store to buy a new one.”

Subject | Subject

Some text here about the topic of discussion

7

Who of whom?

who verandert bij het gebruik van een voorzetsel, voorafgaand aan het woord, in whom , zoals in de zin

“The man to whom I talked yesterday was really nice”.

8

Multiple Choice

The man ___ lived next to me moved to another city.

1

who

2

which

3

whose

4

whom

9

Multiple Choice

The police officer ___ arrested the thief got a medal as a reward.

1

who

2

which

3

whose

4

whom

10

Multiple Choice

My mother, ___ car was destroyed, bought a new one today.

1

who

2

which

3

whose

4

whom

11

Multiple Choice

The children are collecting the leaves  ___ have fallen from the trees.

1

who

2

which

3

whose

4

whom

12

Multiple Choice

The boy  ___ watch had stopped didn’t know that he was late.

1

who

2

which

3

whose

4

whom

Relative clauses

By Adriënne Riemersma

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 12

SLIDE