Search Header Logo
Het register 2de graad - deel 1

Het register 2de graad - deel 1

Assessment

Presentation

Other

3rd - 4th Grade

Hard

Created by

PH LEFIEF

Used 4+ times

FREE Resource

21 Slides • 8 Questions

1

2

Het register

2de graad - deel 1

By PH LEFIEF

media

3

Multiple Choice

Question image

Wat is een register?

1

aanmelding op een website

2

lijst met gegevens over mensen, zaken, dingen, enz.

3

een bekende regisseur

4

iemand die succes haalt door Regi Penxten te imiteren

(waar zijn die handjes?)

4

de gezamenlijke woorden van een taal in één bepaalde stijl

(register: je zou er een lijst van kunnen maken)

een bepaald soort taalgebruik met eigen woordenschat.

(register: je zou er een woordenboek van kunnen maken)

media

Een ​TAALREGISTER is ook een soort verzameling of lijst...

Een grote ladekast vol registers.

Je trekt er eentje open wanneer je die nodig hebt. ​

5

media

​Taalregister op Twitter.

Een bepaald soort taalgebruik met eigen woordenschat (en eigen werkwoordvervoeging blijkbaar ook).

6

media

​SMS-taalregister

media

7

media

Taalregister voor een zakelijke brief

8

media

​Taalregister = stijl van communiceren met specifieke kenmerken

media
media

​Waarom verschillen deze drie taalregisters?

Het zijn verschillende situaties.​

9

Je positie, de context of de situatie bepalen de STIJL van het geschikte register.

INFORMEEL

NEUTRAAL

FORMEEL

10

Multiple Choice

Wat zijn de beste synoniemen hieronder voor 'informeel'?

1

onbeleefd, ruw

2

dialect, streektaal

3

ongedwongen, vertrouwelijk

4

ongepast, grof

11

Multiple Choice

Wat zijn de beste synoniemen hieronder voor 'formeel'?

1

geforceerd,

kunstmatig

2

beleefd, netjes

3

officieel, afstandelijk

4

ouderwets, oudbollig

12

media

​groen kader p. 148

GEBRUIK DE INSTRUCTIEVIDEO INDIEN HET NIET DUIDELIJK IS!​

media

13

media
media

​groen kader schematisch:

media

​Herhaling uit vorig trimester:

14

media

​werkboek p. 148 oefening 1

media

15

media

​Standaardnederlands

​tussentaal

16

media

Gebruik de instructievideo bij het groene

kader op p. 150 indien je meer uitleg wenst.

17

Je positie, de context of de situatie bepalen de STIJL van het geschikte register.

INFORMEEL

NEUTRAAL

FORMEEL

​Standaardnederlands

​tussentaal

​dialect

18

media

​werkboek p. 149 oefening 2

media

De voice-over of commentaarstem is een stem die in een film of tv-programma buiten het beeld commentaar geeft. Deze vertelstem kan een van de personen of personages zijn die in het verhaal optreden, maar dat is niet altijd het geval.

19

media

20

media

​Tekst uit het werkboek, p. 149

media

​Eerst woordverklaring!

21

media

woordverklaring

22

Multiple Choice

Question image

Wat betekent 'cruciaal'

1

dit is een moeilijk woord voor 'kruisigend': het is figuurlijk taalgebruik voor moeilijk, hard, pijnlijk.

2

het verwijst naar het knooppunt van een kruis en betekent: kern, centrum

3

iets wat zo belangrijk is dat het alles verandert of beïnvloedt

4

een vraag waarop je onmogelijk kan antwoorden omdat er geen juiste oplossing bestaat

23

Multiple Choice

Question image

Wat is een journaalanker?

1

deskundige of expert die duiding geeft bij het nieuws

2

vaste presentator of presentatrice van het nieuws op de televisie

3

televisiepersoonlijkheid met een vaste rubriek in het journaal (bijvoorbeeld de weerman)

4

officiële nieuwsuitzending of journaal op een televisiezender

24

Multiple Choice

Question image

Wat wordt bedoeld met: in de regel is het de norm.

1

in normale omstandigheden is dit de enige juiste wijze

2

regelmatig wordt het op deze manier gedaan

3

wie zich aan de regels houdt, wordt beloond

4

het wordt van je verwacht dat je de regels kent

25

Multiple Choice

Question image

Wat is het beste synoniem voor 'context'

1

omstandigheid

2

toegevoegde informatie

3

problematiek

4

voorkennis

26

Multiple Choice

Question image

Wat wordt bedoeld met 'fictie'?

1

leugens, valse berichten

2

een antwoord biedend aan, probleemoplossend

3

fantasie, geen werkelijkheid

4

gemaakt, verwezenlijkt, geproduceerd

27

media

28

media

​werkboek p. 150 oefening 3

29

media

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 29

SLIDE