Search Header Logo
BOL jaar 2 - Stijl en formuleringen

BOL jaar 2 - Stijl en formuleringen

Assessment

Presentation

World Languages

KG

Medium

Created by

Robin Duijsens

Used 1+ times

FREE Resource

20 Slides • 33 Questions

1

​Stijl en formuleringen

2

Planning

  • ​Theorie

    • Stijl

    • Formuleringen

  • Oefeningen maken

  • Schrijfopdracht​

3

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Die tuin is groter ... onze tuin

1

als

2

dan

4

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Hij is sneller dan...

1

jou

2

jij

5

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Hij is net zo snel als...

1

ik

2

mij

6

Wanneer dan en als?

  • Dan wordt gebruikt bij verschillen

  • Iets of iemand is 'groter' of 'anders dan'

    • Zij is groter dan ik.

    • Katten zijn andere dieren dan tijgers.

Stijl

7

Als - dan

  • Als wordt gebruikt bij vergelijkingen

  • Er is een overeenkomst

    • Hij is even breed als mijn vader.

  • ​Ook gebruik je als ook bij vergelijkingen met 'zo'

    • Dat drankje is net zo lekker als die van mij. ​

    • België is ongeveer net zo groot als Nederland.

Stijl

8

Mij - ik

​Vergelijk de volgende zinnen:

  • Nelson is groter dan mij.

  • Nelson is groter dan ik.​

Stijl

9

Mij - ik

Maak de zinnen 'langer':

  • Nelson is groter dan mij ben. (fout)

  • Nelson is groter dan ik ben. ​

​Je hoort vanzelf dat zin 1 fout is.

Stijl

10

Fill in the Blanks

Type answer...

11

Fill in the Blanks

Type answer...

12

Fill in the Blanks

Type answer...

13

Fill in the Blanks

Type answer...

14

Multiple Choice

Maak de juiste keuze.

Die man was twee keer zo snel als ...

1

ons

2

wij

15

Multiple Choice

Maak de juiste keuze.

Zij heeft meer doorzettingsvermogen dan ...

1

jij

2

jou

16

Multiple Choice

Maak de juiste keuze.

Jij hebt een veel betere baan dan ...

1

hem

2

hij

17

Multiple Choice

Maak de juiste keuze.

Zij hebben net zo veel vakantiedagen als ...

1

ons

2

wij

18

Hun - hen - ze

  • ​Worden vaak door elkaar gehaald

  • Vooral hun wordt vaak verkeerd gebruikt​

Hun gebruik je:​

  • als bezittelijk voornaamwoord

    • Dat is hun auto.

  • meewerkend voorwerp zonder voorzetsel​ (denk aan aan/voor)

    • Ik heb hun een cadeautje gegeven.​

Stijl

19

Hun - hen - ze

Hen gebruik je:

  • als lijdend voorwerp

    • Ik heb hen gezien (wie of wat heb ik gezien? > hen)

  • na een voorzetsel

    • Ik heb het cadeautje aan hen gegeven.​ (aan = voorzetsel)

Stijl

20

Hun - hen - ze

  • Met hun of hen verwijs je naar personen

    • niet naar dieren/dingen​

  • ​Is het lijdend voorwerp een ding of dier? > ze

    • Ik ben mijn handschoenen kwijt. Heb jij ze gezien?​

    • Mijn vader heeft twee koeien. Hij geeft ze elke dag hooi.

Stijl

21

Let op!

  • Hun wordt vaak ten onrechte als onderwerp gebruikt!

    Fout: Hun hebben dat gedaan!

    Goed: Zij hebben dat gedaan!

Stijl

22

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Wij hebben op ... medewerking gerekend.

1

hen

2

hun

3

zij

23

Multiple Choice

Vul de zin aan.

... hebben daar niet veel tijd voor.

1

hen

2

hun

3

zij

24

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Wil jij dat aan ... vragen?

1

hen

2

hun

3

zij

25

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Ik durf dat ... niet te vragen.

1

hen

2

hun

3

zij

26

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Ik wil weten of ... van plan zijn te komen.

1

hen

2

hun

3

zij

27

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Heb jij ... plan al gehoord?

1

hen

2

hun

3

zij

28

Multiple Choice

Vul de zin aan.

Ik hoorde dat ... dat aan iedereen lopen te vertellen.

1

hen

2

hun

3

zij

29

Open Ended

Ken jij voorbeelden van een persoonlijk voornaamwoord?

30

Open Ended

Ken jij voorbeelden van een bezittelijk voornaamwoord?

31

Jou/jouw - u/uw - me/mij/mijn

  • ​Jou = persoonlijk voornaamwoord

    • Ik zie jou.​

    • Deze bal is van jou.

  • Jouw = bezittelijk voornaamwoord

    • Het is jouw bal.​

Stijl

32

Jou/jouw - u/uw - me/mij/mijn

  • u = persoonlijk voornaamwoord

    • Ik zie u.

    • Is deze jas van u?

  • uw = bezittelijk voornaamwoord​

    • ​Is dit uw jas?

Stijl

33

Jou/jouw - u/uw - me/mij/mijn

  • me en mij = persoonlijk voornaamwoord

    • ​Kun je me/mij straks even terugbellen?

    • Die fiets is van mij.

  • mijn = bezittelijk voornaamwoord

    • Dat is mijn zusje.​

Stijl

34

Let op!

  • Je gebruikt me of mij NOOIT als bezittelijk voornaamwoord.

    • Fout: Me moeder vindt dat niet goed.

    • Fout: Mij moeder vindt dat niet goed.​

    • Goed: Mijn moeder vindt dat niet goed.

Stijl

35

Fill in the Blanks

Type answer...

36

Fill in the Blanks

Type answer...

37

Fill in the Blanks

Type answer...

38

Fill in the Blanks

Type answer...

39

Fill in the Blanks

Type answer...

40

Fill in the Blanks

Type answer...

41

Open Ended

Question image

Wat is een bijvoeglijk naamwoord ook alweer?

42

Enkele of enkelen?

  • Wanneer gebruik je enkele(n), sommige(n), andere(n) of beide(n)?

  • Schrijf het woord met -n als het het woord

    • zelfstandig gebruikt wordt

    • personen aanduidt

  • ​Na een heftige ruzie spraken beiden lange tijd geen woord.

  • Enkelen gaven aan dat de examens te moeilijk waren.

43

Enkele of enkelen?

  • Woordjes als 'enkele', 'beide' en 'alle' zonder -n schrijven als ze bijvoeglijk gebruikt zijn.​

    • Sommige studenten komen vaak te laat en de meeste docenten zijn daar niet blij mee.

44

Multiple Choice

Maak de juiste keus.

... zochten naar de juiste woorden om elkaar de liefde te verklaren.

1

Beide

2

Beiden

45

Multiple Choice

Maak de juiste keus.

Over het algemeen zijn honden leuk. Voor ... ben ik bang.

1

sommige

2

sommigen

46

Multiple Choice

Maak de juiste keus.

Hij deed twee pogingen: ... mislukten.

1

beide

2

beiden

47

Contaminatie

  • Het door elkaar halen van woorden/uitdrukkingen die ongeveer hetzelfde betekenen

Stijl

​Fout

​Goed

​Goed

​nachecken

nakijken

​checken

​afgeprint

​afdrukken

​printen

overnieuw

​opnieuw

​overdoen

​Het kost duur.

​Het is duur.

​Het kost veel.

48

Incongruentie

  • Congruentie = woorden die bij elkaar horen zijn gelijk aan elkaar in getal/geslacht.

    • Fout: Robert en Jesse loopt.

    • Goed: Robert en Jesse lopen.

  • Incongruentie

    • Als onderwerp en persoonsvorm in getal niet gelijk zijn

Stijl

49

Incongruentie

  • Incongruentie

    • Als onderwerp en persoonsvorm in getal niet gelijk zijn

  • Fout: De media heeft veel aandacht aan dat onderwerp besteed.

  • Goed: De media hebben veel aandacht aan dat onderwerp besteed.

Stijl

50

Open Ended

Ontdek de incongruentie in de zin. Klopt ergens het getal van de zin niet? Noteer het foute woord.

Zowel je schriftelijke als je mondelinge taalvaardigheid zijn belangrijk.

51

Open Ended

Ontdek de incongruentie in de zin. Klopt ergens het getal van de zin niet? Noteer het foute woord.

Een drietal medewekers hebben vandaag ontslag genomen.

52

Open Ended

Ontdek de incongruentie in de zin. Klopt ergens het getal van de zin niet? Noteer het foute woord.

In dat hotel wordt voor een extra bed extra kosten in rekening gebracht.

53

To do

  • Studiemeter > Oefeningen maken​

  • Lesmateriaal > Starttaal Online > 3F > Taalverzorging > Stijlkwesties

  • Welke onderdelen? alle oefeningen + alles voldoende​

    • Zij/hen/hun

    • Als/dan

    • Jou/jouw, u/uw, me/mijn

    • Alle(n), enige(n), sommige(n), beide(n), andere(n), vele(n)

  • Schrijfopdracht: https://bit.ly/410schrijfopdracht

​Stijl en formuleringen

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 53

SLIDE