Search Header Logo
Lezen H1 t/m H4

Lezen H1 t/m H4

Assessment

Presentation

Other

1st - 5th Grade

Medium

Created by

Ditte Blitz

Used 5+ times

FREE Resource

9 Slides • 15 Questions

1

​https://youtu.be/j_yjepOGtZg

2

Signaalwoorden

Signaalwoorden geven aan op welke manier woorden , zinnen en alinea's in een tekst samenhangen.

3

Tegenstellend verband = tegenstelling

tegenover, maar, hoewel, echter, toch, daarentegen,

aan de ene kant, aan de andere kant

4

Opsommend verband = opsomming

ten eerste, ten tweede, om te beginnen, ook, verder, ten slotte, bovendien , daarnaast.

5

Mening : uitspraak over wat iemand van iets vindt .

Ik vind

Mijn mening is

Ik denk

6

Feit: iets dat waar of onwaar is. Controleerbaar.

Uit onderzoek blijkt

De statistieken zeggen

Je krijgt objectieve informatie.

7

Meerdere argumenten:

Gebruik signaalwoordenwoorden voor een opsomming als je meerdere argumenten wil gebruiken.

Ten eerste, ook, bovendien, verder, daarnaast, tot slot

8

Argument : Waarmee je je mening uitlegt of verdedigt.

want, omdat, namelijk , immers.

9

Tekst 5 bladzijde 94 samen lezen. Om de beurt een alinea voorlezen. Schrijf in je schrift:

Alinea 1: Vertel in 1 zin waar de rest van het artikel over zal gaan. Welk signaalwoord voor een tegenstelling zie je? Waarover gaat de tegenstelling.

Alinea 2: signaalwoord mening? Welke mening? Welke signaalwoord voor argumenten? Welke argumenten?

Alinea 3: Welke argumenten tegen fokprogramma's noemt de PvdD?

Alinea 4: signaalwoord mening? Welke mening heeft de Vereniging van dierentuinen? Signaalwoord argument? Welke argumenten ?

10

Multiple Choice

Wat geven signaalwoorden aan in een tekst?

1

op welke manier woorden, zinnen en alinea's in een tekst samenhangen.

2

dat er iets belangrijks komt

3

dat de inleiding en het middenstuk geweest zijn.

4

dat je een pauze moet lezen.

11

Multiple Choice

alinea 1: Welk signaalwoord voor tegenstelling zie je in de tekst?

1

maar

2

ook

3

want

4

en

12

Multiple Choice

Aline 1: Over welke tegenstelling gaat het hier?

1

In dierentuinen kun je de schoonheid van de natuur zien, maar als het aan de Partij van de Dieren ligt kan dat binnenkort niet meer.

2

In de natuur kun je lekker wandelen, maar als het aan de Partij van de Dieren ligt binnenkort niet mee.

3

Wandelen en fietsen is leuk in de natuur , maar voor dieren niet.

4

In het weekend gaan mensen vaak de natuur in, maar door de weeks niet

13

Multiple Choice

Alinea 2: Welke mening heeft de PvdD?

1

Er moeten meer dierentuinen komen.

2

Er moeten grotere hokken komen voor dieren

3

Dierentuinen moeten worden uitgebreid

4

Dierentuinen moeten worden verboden.

14

Multiple Choice

Alinea 2: aan welk signaalwoord zie je dat er het om een mening gaat?

1

vindt de partij

2

uit onderzoek blijkt

3

De partij zegt

4

De partij presenteert

15

Multiple Choice

Alinea 2: Aan welke signaalwoord zie je dat de Partij van de Dieren met argumenten komt?

1

hoewel

2

want

3

ook

4

ten eerste

16

Multiple Choice

Alinea 2: Aan welk signaalwoord zie je dat er een tweede argument komt? ( opsomming aan argumenten) ?

1

ten tweede

2

bovendien

3

daarnaast

4

maar

17

Multiple Choice

Alinea 2: Welke 2 argumenten geeft de PvdD voor het verbod op dierentuinen?

1

Niemand vind dierentuinen echt leuk.

De dierentuinen verdienen zo niets meer.

2

Dieren zijn niet voor vermaak.

Het is zielig dat ze in krappe, kleine hokjes moeten leven.

3

Dierentuinen zijn ongezond.

Veel dieren worden ziek.

4

Dieren vechten veel.

Er gaan veel dieren dood.

18

Multiple Choice

Alinea 3: Welke twee argumenten geeft de PvdD tegen fokprogramma's?

1

Die werken niet.

Jonge dieren kunnen geen kunstjes tonen.

2

Ze trekken teveel bezoekers.

Er zijn veel miskramen.

3

Er komen zo teveel dieren.

Er is te weinig ruimte voor.

4

Die werken niet.

Ze gebruiken pasgeboren dieren alleen maar om meer bezoekers te trekken.

19

Multiple Choice

Alinea 4: Welke mening heeft de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen over een verbod op dierentuinen?

1

slecht idee

2

goed idee

3

Sluit de slechte dierentuinen

4

Sluit de dolfinaria maar niet de dierentuin.

20

Multiple Choice

Alinea 4: Welke argumenten geeft de Nederlandse Vereniging voor Dierentuinen voor het open houden van dierentuinen?

1

Gaan met hun tijd mee. Belangrijk voor behoud van bedreigde diersoorten. Leuk voor bezoekers.

2

Gaan met hun tijd mee. Leerzame functie.

Dieren blijven langer leven.

3

Gaan met hun tijd mee. Leerzame functie.

Goede fokprogramma's

4

Gaan met hun tijd mee. Zorgen voor behoud van bedreigde diersoorten. Leerzame functie.

21

Fill in the Blanks

Type answer...

22

Multiple Choice

Een argument kun je aan de volgende signaalwoorden herkennen

1

ten eerste, ten tweede, om te beginnen en verder

2

maar, hoewel, echter en toch

3

want, omdat , namelijk en immers

4

bijvoorbeeld, neem nou, zoals, onder andere

23

Multiple Choice

Waar vind je de hoofdzaken uit de tekst?

1

Vaak in de eerste of laatste zin van een alinea.

Ook vaak in inleiding en slot.

2

Dat kan op elke plaats in de tekst

3

Vlak na de eerste of laatste zin van een alinea

4

Na een tussenkopje

24

Multiple Choice

Wat vertelt de hoofdgedachte van een tekst?

1

Dat is hetzelfde als het onderwerp

2

Dat is hetzelfde als de hoofdzaken

3

Het geeft in één zin het belangrijkste weer wat over het onderwerp gezegd wordt

4

Het is wat het langste in je gedachte blijft zitten na het lezen.

​https://youtu.be/j_yjepOGtZg

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 24

SLIDE