
Taalrijk: leestekens
Presentation
•
World Languages
•
2nd Grade
•
Practice Problem
•
Medium
Stijn Aerts
Used 1+ times
FREE Resource
10 Slides • 9 Questions
1
SPELLING: LEESTEKENS
2
Word Cloud
Wanneer gebruik je een punt?
3
Leesteken: een punt
Wanneer gebruik je een punt?
Bomen zijn van groot belang voor de aarde. (= mededelende zin)
Ik zou graag weten wie de e-mail verstuurd heeft. (= onrechtstreekse vraag)
Steun onze actie. (= verzoek)
4
Word Cloud
Wanneer gebruik je een uitroepteken?
5
Leesteken: een uitroepteken
Wanneer gebruik je een uitroepteken?
Stop ermee! (= bevel)
Oef! (= uitroep)
Was het maar vakantie! (= wens of verzuchting)
Pas op voor de wespen! (= waarschuwing)
6
Word Cloud
Wanneer gebruik je een vraagteken?
7
Leesteken: een vraagteken
Wanneer gebruik je een vraagteken?
Bij een vraag ... bv. de titel hierboven!
8
Word Cloud
Wanneer gebruik je een komma?
9
Leesteken: een komma
Wanneer gebruik je een komma?
Jonathan, kun je me enkele euro’s lenen? (= aanspreking)
Oei, nu heb ik het hele bestand gewist! (= tussenwerpsel)
Ik ga naar huis, oké? (= tussenwerpsel)
Wil je koffie, thee of cola? (= delen van een opsomming)
Als we winnen, gaan we naar een hogere afdeling. (= gelijkwaardige woorden)
Meneer Van Looy, directeur van onze school, trad streng op. (= bijstelling)
Onze kat is wel oud, maar nog heel gezond. (= deelzinnen samengestelde zin)
10
Word Cloud
Wanneer gebruik je een opsommingsteken?
11
Leesteken: een opsommingsteken
Wanneer gebruik je een opsommingsteken?
We waren met zijn vieren: Femke, Daan, Ivo en Babette. (= verklarende opsomming)
Mijn buur zit in de gevangenis: hij heeft drie banken overvallen. (= verklaring)
12
Multiple Choice
Welke zin werd juist geschreven?
Marie eet vandaag veel groentjes: wortel, tomaat, courgette ...
Marie eet vandaag veel groentjes: wortel, tomaat, courgette, ...
13
Leesteken: een beletselteken
Wanneer gebruik je een beletselteken?
Wat ze me toen vertelde … (= onvolledige gedachtegang)
Gert riep nog: ‘Wacht even op m…’ Maar Ivan hoorde hem niet meer. (= plotselinge onderbreking)
Alle belangrijke mensen waren aanwezig: Jeannine, Katrien, Bart, Griet, Michel … (= onvolledige opsomming)
14
Leesteken: een puntkomma
Wanneer gebruik je een puntkomma?
Een puntkomma houdt het midden tussen een punt en een komma. De zin ervoor en erna hangen nauw met elkaar samen en een punt zou een te sterke scheiding uitdrukken.
(1) We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
(2) Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later.
(3) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken; doe je dat niet, dan kunnen de klachten terugkomen.
15
Leesteken: een gedachtestreepje
Wanneer gebruik je gedachtestreepjes?
(1) Toen hij vergeefs om salarisverhoging vroeg − en dat niet voor het eerst − diende hij zijn ontslag in. ( = terzijde)
(2) Wij leveren − als u vanavond voor negen uur bestelt − uw bestelling morgen aan huis. ( = nadruk)
(3) Hij had juist een rookmelder in zijn woning aangebracht − en achteraf bleek dat maar al te nodig. ( = onverwachte wending)
16
Leesteken: een haakje
Wanneer gebruik je haakjes?
Ronde haakjes worden meestal gebruikt om een verduidelijking, verklaring of toevoeging in te voegen.
(1) U kunt uw komst bevestigen bij het secretariaat (maandag tot en met donderdag).
(2) (Na aanmelding is geen restitutie van het inschrijfgeld mogelijk.)
(3) De commissiebijeenkomst was verschoven naar september (in verband met de vakantietijd)
17
Fill in the Blanks
Type answer...
18
Fill in the Blanks
Type answer...
19
Fill in the Blanks
Type answer...
SPELLING: LEESTEKENS
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 19
SLIDE
Similar Resources on Wayground
10 questions
Herhaling mening, argument, signaalwoord reden
Presentation
•
2nd Grade
10 questions
Le futur simple
Presentation
•
2nd Grade
10 questions
CONJUGAISON FAIRE, JOUER, AIMER
Presentation
•
2nd Grade
11 questions
Les sports et les loisirs
Presentation
•
1st - 2nd Grade
14 questions
H3A - week 2 - les 1
Presentation
•
3rd Grade
16 questions
Menschen A1.1 Lektion 1
Presentation
•
1st Grade
16 questions
Les émotions
Presentation
•
3rd Grade
16 questions
D4ER1 Les moyens de transport
Presentation
•
2nd Grade
Popular Resources on Wayground
10 questions
Factors 4th grade
Quiz
•
4th Grade
10 questions
Cinco de Mayo Trivia Questions
Interactive video
•
3rd - 5th Grade
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
20 questions
Main Idea and Details
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
19 questions
Classifying Quadrilaterals
Quiz
•
3rd Grade