Search Header Logo
lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp

lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp

Assessment

Presentation

World Languages

8th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Amélie Nijst

Used 3+ times

FREE Resource

7 Slides • 10 Questions

1

media

paarse bundel
zinsleer

2

een korte quiz

We starten met een korte quiz.
Denk goed na over je antwoord.

3

Multiple Choice

Wie / wat ondergaat de handeling in deze zin?

De kat ving een muis.

1

de kat

2

ving

3

een muis

4

Multiple Choice

Wie / wat ondergaat de handeling in deze zin?

De studenten maakten hun huiswerk.

1

de studenten

2

maakten

3

hun huiswerk

5

Multiple Choice

Wie / wat ondergaat de handeling in deze zin?

De kok bakte een heerlijke taart.

1

de kok

2

bakte

3

een heerlijke taart

6

Multiple Choice

Wie / wat ondergaat de handeling in deze zin?

De dokter gaf de patiënt een voorschrift voor medicijnen.

1

de dokter

2

gaf

3

de patiënt

4

een voorschrift voor medicijnen

7

Multiple Choice

Wie / wat ondergaat de handeling in deze zin?

De moeder las haar kinderen een verhaaltje voor het slapengaan.

1

de moeder

2

las (voor)

3

haar kinderen

4

een verhaaltje

5

voor het slapengaan

8

LIJDEND VOORWERP

Het LV ondergaat de handeling van het WWG.

WIE / WAT + WWG + O ?

Jullie lossen een moeilijk vraagstuk op.

WIE / WAT lossen jullie op? een moeilijk vraagstuk ( = lijdend voorwerp)

9

media

10

een korte quiz (deel 2)

We gaan verder met een korte quiz.
Denk goed na over je antwoord.

11

Multiple Choice

Voor of aan wie is de handeling bedoeld?

De gids liet de toeristen de prachtige bezienswaardigheden zien.

1

de gids

2

de toeristen

3

de prachtige bezienswaardigheden

12

Multiple Choice

Voor of aan wie is de handeling bedoeld?

De ober bracht de gasten een glas water.

1

de ober

2

de gasten

3

een glas water

13

Multiple Choice

Voor of aan wie is de handeling bedoeld?

De moeder bakte voor haar kinderen een heerlijke taart.

1

de moeder

2

voor haar kinderen

3

een heerlijke taart

14

Multiple Choice

Voor of aan wie is de handeling bedoeld?

De leraar gaf de leerlingen van 1At extra huiswerk.

1

de leraar

2

de leerlingen van 1At

3

extra huiswerk

15

Multiple Choice

Voor of aan wie is de handeling bedoeld?

Ik gaf mijn vriendin een bos bloemen voor valentijn.

1

ik

2

mijn vriendin

3

een bos bloemen

4

voor valentijn

16

MEEWERKEND VOORWERP

Het MV werkt mee aan de handeling van het WWG.

AAN / VOOR WIE + WWG + O + LV ?

Ik geef jullie meer uitleg over het meewerkend voorwerp.

Aan of voor wie geef ik meer uitleg? jullie ( = meewerkend voorwerp)

17

media
media

paarse bundel
zinsleer

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 17

SLIDE