Search Header Logo
TC B1 1.5/1.7 woorden (oud)

TC B1 1.5/1.7 woorden (oud)

Assessment

Presentation

World Languages

Professional Development

Medium

Created by

p.kolthof89@gmail.com p.kolthof89@gmail.com

Used 2+ times

FREE Resource

5 Slides • 22 Questions

1

Taalcompleet 1.5/1.7 woorden

2

Multiple Choice

Zullen we direct aan de ... gaan met de opdrachten?

1

contact

2

verband

3

leiding

4

slag

5

stap voor stap

3

Multiple Choice

In ... met een depressie heeft de coach zich ziek gemeld.

1

contact

2

verband

3

leiding

4

slag

5

stap voor stap

4

Multiple Choice

In deze cursus leer je ... hoe je een kledingstuk naait.

1

contact

2

verband

3

leiding

4

slag

5

stap voor stap

5

Multiple Choice

Onder ... van de docent werken de leerlingen aan de opdrachten.

1

contact

2

verband

3

leiding

4

slag

5

stap voor stap

6

Multiple Choice

Voor vragen kunt u ... met ons opnemen via dit e-mailadres: info@bankzaken.nl.

1

contact

2

verband

3

leiding

4

slag

5

stap voor stap

7

Multiple Choice

De tafel kan niet omvallen. Hij staat ...

1

talent

2

deskundig

3

deelnemen

4

avontuur

5

stabiel

8

Multiple Choice

Ik ben niet goed in het versieren van taarten. Ik heb daar geen ... voor.

1

talent

2

deskundig

3

deelnemen

4

avontuur

5

stabiel

9

Multiple Choice

Als je je badkamer wilt vervangen, kun je het best ... advies vragen.

1

talent

2

deskundig

3

deelnemen

4

avontuur

5

stabiel

10

Multiple Choice

We gaan op ... in de woestijn. Het wordt een spannende reis.

1

talent

2

deskundig

3

deelnemen

4

avontuur

5

stabiel

11

Multiple Choice

Je moet bij DUO aangeven wanneer je wilt ... aan de examens.

1

talent

2

deskundig

3

deelnemen

4

avontuur

5

stabiel

12

deskundig zijn = veel kennis hebben
Hij is deskundig op technisch gebied.

de deskundige = de expert


deelnemen aan = meedoen aan
Ik neem deel aan de wedstrijd = Ik doe mee aan de wedstrijd.

de deelnemer = iemand die deelneemt aan een wedstrijd, kandidaat

de deelname = het deelnemen
Voor deelname aan het examen, moet je je inschrijven bij DUO.

13

het avontuur = een spannende uitdaging
een avontuur beleven --> We hebben onderweg naar huis een avontuur beleefd.

avontuurlijk = je wilt graag avontuur beleven
Mijn vriend is erg avontuurlijk. Hij gaat graag op wintersportvakantie.

de avonturier = iemand die avonturen beleefd

14

Vaste voorzetsels:

aan de slag gaan met

op avontuur gaan/zijn

talent hebben voor

15

Multiple Choice

Question image

Wat zie je?

1

het kledingstuk

2

breien

3

naaien

16

Multiple Choice

Question image

Wat zie je?

1

het gereedschap

2

de instrumenten

3

snoeien

17

Multiple Choice

Question image

Wat zie je?

1

de test

2

de rommel

3

knutselen

18

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

19

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

20

instrumenten = specialistisch gereedschap OF muziekinstrumenten
gereedschap = je gebruikt het om te klussen

hardlopen = sporten
rennen = sporten, maar ook de beweging
(denk aan het verschil tussen wandelen en lopen)

fluiten = met je mond, op een fluitje of op een muziekinstrument (de fluit)
floot - floten - hebben gefloten

21

Multiple Choice

Groene energie is goed voor het ...

1

doel

2

milieu

3

angst

4

band

22

Multiple Choice

Het ... van deze ogentest is om te meten hoe goed je kunt zien.

1

doel

2

milieu

3

angst

4

band

23

Multiple Choice

De ... speelt populaire muziek.

1

doel

2

milieu

3

angst

4

band

24

Multiple Choice

Een psycholoog kan helpen bij ...

1

doel

2

milieu

3

angst

4

band

25

Multiple Choice

Wat is een voorbeeld van een eigenschap?

1

populair

2

spontaan

3

somber

26

Multiple Choice

Je hebt gelijk. Ik geef mijn fouten...

1

aan

2

op

3

toe

27

Multiple Choice

Ik wilde zo graag winnen, maar ik geef de uitdaging...

1

aan

2

op

3

toe

Taalcompleet 1.5/1.7 woorden

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 27

SLIDE