Search Header Logo
Werkwoorden

Werkwoorden

Assessment

Presentation

Other

Professional Development

Practice Problem

Hard

Created by

Tess Kamma

FREE Resource

7 Slides • 10 Questions

1

​ Les: werkwoorden

By Tess Kamma

2

Wat is een werkwoord?

-> Een werkwoord zegt wat iemand doet of wat er gebeurt.

Bijvoorbeeld:
Ik woon in Nederland.
Jij werkt in een restaurant.
Het regent vandaag.


3

media


Lees mee:

1 persoon / enkelvoud
Ik drink kort

Jij/je drinkt +t
U drinkt +t
Hij drinkt +t
Zij/ze drinkt +t

Meer mensen / meervoud
Wij drinken +en
Jullie drinken +en
Zij/ze drinken +en

4

media
media

​Lees de zinnen

5

​Lees goed!

Hoor je een lange klank in het hele werkwoord, schrijf dan in de stam een: aa/oo/uu/ee

Lange klank

Hele werkwoord

Stam

aa

maken (je hoort een lange klank)

maak

ee

lezen (je hoort een lange klank)

lees

oo

lopen (je hoort een lange klank)

loop

uu

sturen (je hoort een lange klank)

stuur

6

​Lees goed!

Hoor je een korte klank in het hele werkwoord, schrijf dan in de stam een: a/o/u/e/i. En schrijf nooit een dubbele medeklinker aan het eind.

Korte klank

Voorbeeld stam

Hele werkwoord

Klank blijft kort

a

pak

pakken

korte a blijft

e

leg

leggen

korte e blijft

i

zit

zitten

korte i blijft

o

kop

koppen

korte o blijft

u

buk

bukken

korte u blijft

7

Fill in the Blank

Lopen (hij)

8

Fill in the Blank

Zwemmen (ik)

9

Fill in the Blank

Praten (de vrouw)

10

Fill in the Blank

Dansen (de vrouwen)

11

Fill in the Blank

Huilen (ik)

12

Fill in the Blank

Bellen (jullie)

13

Fill in the Blank

Werken (de man)

14

Fill in the Blank

Eten (de kat)

15

Fill in the Blank

Maken (de docent)

16

Fill in the Blank

Slapen (de hond)

17

De les is klaar:
goed gedaan!

​ Les: werkwoorden

By Tess Kamma

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 17

SLIDE