Zelfstandige naamwoorden

Zelfstandige naamwoorden

3rd - 4th Grade

10 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

werkwoordelijk gezegde

werkwoordelijk gezegde

1st - 3rd Grade

15 Qs

QUIZ DIEREN

QUIZ DIEREN

3rd Grade

15 Qs

Tekstbegrip Op Niveau

Tekstbegrip Op Niveau

KG - University

10 Qs

Modalverben

Modalverben

1st - 10th Grade

10 Qs

Klas 2 Hoofdstuk 2 bron G en H

Klas 2 Hoofdstuk 2 bron G en H

3rd Grade

15 Qs

Themawoorden Groep 6 Thema 7

Themawoorden Groep 6 Thema 7

4th Grade

12 Qs

woordenschat lezen

woordenschat lezen

1st - 3rd Grade

10 Qs

Vlakke figuren en soorten driehoeken

Vlakke figuren en soorten driehoeken

2nd Grade - University

10 Qs

Zelfstandige naamwoorden

Zelfstandige naamwoorden

Assessment

Quiz

World Languages

3rd - 4th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

juf Marjolijn

Used 37+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

10 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een...

mens, dier of auto
mens, dier of ding

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Aan het hek hangt een brief.

het hek, een brief
hek, brief

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Op de drukke kruising toetert een auto.

toetert, auto
kruising, auto

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Jeroen fietst sneller dan zijn vrienden.

Jeroen, vrienden
fietst, vrienden

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Kijk goed uit bij het zebrapad.

zebrapad
het zebrapad

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Veeg je vieze voeten op de mat.

voeten, mat
veeg, voeten, mat

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
De jongens voetballen op het grote grasveld.

jongens, grasveld
grasveld, voetballen

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?

Discover more resources for World Languages