
Werkwoorden meerkeuze 3
World Languages
6th Grade
Used 24+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
16 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
De _____________ (opgraven) munten _____________ (zien) er gisteren nog mooi uit.
opgegrave, zien
opgegraven, zien
opgegrave, zagen
opgegraven, zagen
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
Het ___________ (gebeuren) soms dat je een foutje maakt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
De _________________ (opfokken) menigte trok richting het centrum.
opgefokte
opfokkende
opgefokten
geopfokte
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
Hij moest __________ (lachen) omdat hij de grap niet ____________ (verwachten).
lachen, verwachte
lachen, verwachten
lachen, verwachtte
lachte, verwachtten
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
De ___________ (vinden) voorwerpen liggen bij Irene.
vinden
gevonden
gevonde
gevinde
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
Het ________________ (verkleden) kind speelt met poppen.
verklede
verkleden
verkleedde
verkleedden
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
5 mins • 1 pt
Het kind _________ (verkleden) zich regelmatig.
verkleedde
verkleedden
verkleedt
verkleed
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?