
OKAN Rood - Leren leren - Week 4 - herhaling
Authored by Veerle De Kesel
Other
1st - 12th Grade
Used 12+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
30 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke zin is juist?
De vrouw geeft een glas water aan de man.
Zij geven een glas water aan de man.
De vrouw geevt een glas water aan de man.
De vrouw zij geeft een glas water aan de man.
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke zin is juist?
De jongen geeft bloemen aan hem.
Hij geeft bloemen aan hem.
Het meisje geeft bloemen aan de jongen.
Hij geeft bloemen aan haar.
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke zin is juist?
Zij geeft hem een hand.
Zij geven elkaar een kus.
Zij geeft elkaar een kus.
Hij geeft haar een knuffel.
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke VRAAGzin is juist?
Jij geef geld?
Jij geeft geld?
Geeft jij geld?
Geef jij geld?
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke zin is juist?
Ik geef eten aan de baby.
De baby geeft eten aan mij.
Ik geven eten aan de baby.
Ik geeft eten aan de baby.
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke zin is juist?
De man geeft bloed.
De man tekent bloed.
De man lijmt het bloed.
Zij kijkt naar het bloed.
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
Welke zin is juist?
De vrouw tekent een baby.
De vrouw krijgt binnenkort een baby.
De vrouw kijkt naar de baby.
De vrouw neemt de baby.
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?