
Spelling Havo2
Authored by Kirsten Klerks
Other
8th Grade
Used 2+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
27 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
De Romeinen (stichten) Nijmegen in de eerste eeuw.
stichte
stichtte
stichten
stichtten
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Deze zomer (beleven) ik een avontuur om nooit te vergeten.
beleefte
beleefde
beleeften
beleefden
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in:
We zijn met de trein naar Italië (reizen).
gereist
gereisd
gerezen
gereizen
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in:
Waar heb jij je laatste zakgeld aan (besteden)?
besteed
besteedt
besteden
gebesteedt
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in:
Dat (verwoesten) huis wordt opnieuw gebouwd.
verwoestte
verwoeste
verwoesten
verwoestten
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de tegenwoordige tijd in:
Waar (bevinden) jij je op dit moment?
bevind
bevindt
bevond
bevondt
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in:
(Fluiten) heeft de tuinman een paar nieuwe bomen geplant.
Fluitent
Fluitend
Fluitente
Fluitende
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?