Verwijswoorden

Verwijswoorden

2nd Grade

10 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

25 Hebben of zijn

25 Hebben of zijn

2nd Grade

10 Qs

"aa" Klanke

"aa" Klanke

2nd Grade

10 Qs

nn6 2k hfd 4 taalverzorging spelling verkleinwoorden

nn6 2k hfd 4 taalverzorging spelling verkleinwoorden

2nd Grade

11 Qs

woordtekens +

woordtekens +

2nd Grade

13 Qs

Spelling werkwoorden

Spelling werkwoorden

KG - University

10 Qs

La négation (brugklas)

La négation (brugklas)

1st - 12th Grade

13 Qs

Übungsprüfung Thema 2

Übungsprüfung Thema 2

2nd Grade

15 Qs

Wiederholung der - die - das

Wiederholung der - die - das

1st - 3rd Grade

15 Qs

Verwijswoorden

Verwijswoorden

Assessment

Quiz

World Languages

2nd Grade

Practice Problem

Hard

Created by

Angeline Nieuwenhuizen van den

Used 170+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

10 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

20 sec • 1 pt

Vul het juiste verwijswoord in.

Waar heb je het zakje snoep neergelegd, die / dat Dex gisteren heeft gekocht?

die

dat

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

20 sec • 1 pt

Kies het juiste verwijswoord.

Onze boot is gerepareerd. Morgen brengen we het / hem naar de haven.

het

hem

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

20 sec • 1 pt

Kies het juiste verwijswoord.

De zonnebril van Els is kapot, want Johan heeft hem / ze per ongeluk laten vallen.

hem

ze

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Kies het juiste verwijswoord.

Tim heeft de jas van Noortje meegenomen. Deze / Dit moet hij straks aan hem / haar teruggeven.

Deze, hem

Deze, haar

Dit, hem

Dit, haar

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Kies het juiste verwijswoord.

De spelers moeten terugkomen op hun / zijn besluit om uit deze / dit team te stappen.

hun, deze

hun, dit

zijn, deze

zijn, dit

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Kies het juiste verwijswoord.

De koffiekopjes staan nog op dit / deze tafeltje. Wil jij hem / ze even opruimen?

dit, hem

deze, hem

dit, ze

deze, ze

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Kies het juiste verwijswoord.

Het paard die / dat op stal staat, is van mijn tante. Hij / Het heeft al aan veel wedstrijden meegedaan.

die, Hij

dat, Hij

die, Het

dat, Het

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?