
Nederland 1815-1914 Staatsinrichting II
Authored by Peter van der Meij
History
8th Grade
Used 8+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
9 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
p 1 Welke bewering over de grondwet van 1848 is juist?
A De Eerste en Tweede Kamer moeten verantwoording afleggen aan de ministers.
B De koning(in) moet verantwoording afleggen aan de ministers.
C De ministers moeten verantwoording afleggen aan de Eerste en Tweede Kamer.
D De ministers moeten verantwoording afleggen aan de koning(in)
2.
OPEN ENDED QUESTION
3 mins • Ungraded
Hieronder staan zes omschrijvingen of opvattingen van maatschappelijke groepen rond 1880:
1 Arbeiders mogen voor een beter loon staken.
2 Bij de hogere burgerij heeft deze groep veel aanhang.
3 De aanhangers worden vaak omschreven als de ‘kleine luyden’.
4 Deze groep vindt dat mannen én vrouwen dezelfde rechten moeten hebben.
5 In het bestuur van het land moet duidelijk het christelijk denken te herkennen zijn.
6 Veel gelovigen zijn lid van de RKSP.
2p Welke twee omschrijvingen of opvattingen horen bij de protestanten rond 1880? Schrijf alleen de nummers op.
Evaluate responses using AI:
OFF
3.
OPEN ENDED QUESTION
5 mins • Ungraded
bron 2 Hieronder staan drie onderdelen uit de huwelijkswet in Nederland uit 1892.
1 De man is het hoofd van het gezin. De vrouw moet met hem samenwonen, hem gehoorzamen en volgen.
2 Alleen de man beheert de goederen binnen het huwelijk. Na het huwelijk krijgt hij het recht te beschikken over de eigendommen van de vrouw.
3 Een gehuwde vrouw mag niet optreden als voogd, militair, getuige of kiezer.
1p Was de huwelijkswet van 1892 voor vrouwen een belemmering of juist een stimulans om politiek actief te worden? Verklaar je keuze.
Doe het zo: De huwelijkswet was een … (kies uit: belemmering of stimulans), omdat … (geef een verklaring).
Evaluate responses using AI:
OFF
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
1p Rond 1900 riepen katholieke leiders zowel arbeiders als werkgevers op om samen te werken. Beide groepen moesten ook goed luisteren naar de paus. Staken was geen goed middel. Waar waren de katholieke leiders bang voor?
A Dat beide groepen zouden kiezen voor het feminisme.
B Dat beide groepen zouden kiezen voor het liberalisme.
C Dat de katholieke arbeiders zouden kiezen voor het socialisme.
D Dat de katholieke werkgevers zouden kiezen voor het protestantisme.
5.
OPEN ENDED QUESTION
2 mins • Ungraded
1p Hieronder staat een omschrijving van een persoon: Hij streed voor de emancipatie van de eenvoudige burgers, die volgens hem nog écht protestant waren. Voor deze mensen stichtte hij een protestantse universiteit. Ook richtte hij een protestantse krant en een protestantse politieke partij op.
Wat is de naam van de persoon die wordt omschreven?
Evaluate responses using AI:
OFF
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
1p Het oprichten van een protestantse universiteit, een protestantse krant en een protestantse politieke partij passen bij een maatschappelijk verschijnsel. Welk maatschappelijk verschijnsel wordt bedoeld?
A pacificatie
B poldermodel
C secularisatie
D verzuiling
7.
OPEN ENDED QUESTION
3 mins • Ungraded
2p Tussen 1870 en 1920 ontstaan er vrouwenorganisaties die strijden voor gelijke politieke rechten.
Onder welke naam staat deze periode van strijd voor gelijke vrouwenrechten bekend?
Geef een voorbeeld van een politiek recht waar toen door de vrouwenbeweging voor werd gestreden.
Evaluate responses using AI:
OFF
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?