
3gt verwijswoorden
Authored by Robin Lendering
World Languages
1st Grade
Used 5+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
12 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Naar personen kun je verwijzen met …
met wie, door wie etc.
met wie, waarmee etc.
waarmee, waardoor etc.
aan wie, waardoor etc.
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Naar dingen of zaken kun je verwijzen met …
met wie, door wie etc.
met wie, waarmee etc.
waarmee, waaraan etc.
aan wie, waardoor etc.
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Als ik wil verwijzen naar de-woorden gebruik ik ...
die, dit
dit, dat
dat, deze
deze, die
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Als ik wil verwijzen naar het-woorden gebruik ik ...
die, dit
dit, dat
dat, deze
deze, die
5.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Welke verwijswoorden komen op de plaats? Zet een komma en spatie tussen de antwoorden.
[Deze/Dit] training was vermoeiender dan [dat/die] wedstrijdje van gisteren.
(a)
6.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Welke verwijswoorden komen op de plaats? Zet een komma en spatie tussen de antwoorden.
Mirthe past op het konijn van [haar/ze] oom en tante, als [hun/zij] op vakantie zijn.
(a)
7.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Welke verwijswoorden komen op de plaats? Zet een komma en spatie tussen de antwoorden.
De gemeente beantwoordt [u/uw] brief binnen twee weken nadat [deze/dit] is ontvangen.
(a)
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?