
Verwijswoorden
Authored by Dennis Smit
Education
9th - 12th Grade
Used 22+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
18 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Het bedrijf opent ___ deuren om 9.00h.
zijn
haar
Answer explanation
Naar ONZIJDIGE WOORDEN (HET-woorden) verwijs je met
zijn / het / dit / dat
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
De fabriek viert ___ jubileum aanstaande zaterdag
zijn
haar
Answer explanation
DE-WOORDEN zijn mannelijk of vrouwelijk. Naar mannelijke woorden verwijs je met ZIJN. Naar vrouwelijke woorden verwijs je met HAAR.
Vrouwelijke woorden zijn woorden eindigend op -heid / -nis / -ing / -schap / -st / -te / -de / -ie / -ij / -iek / -theek / -teit / -tuur
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Ik geef ___ een bos bloemen
hun
hen
Answer explanation
1. HEN = lijdend voorwerp
2. HEN = na een voorzetsel
3. HUN = meewerkend voorwerp (waarbij geen voorzetsel staat)
voorbeeld:
1. Het lawaai stoort HEN.
1. Ik geef een zoen AAN HEN.
2. Ik geef HUN een zoen.
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Ik geef een bos bloemen aan ___
hun
hen
Answer explanation
1. HEN = lijdend voorwerp
2. HEN = na een voorzetsel
3. HUN = meewerkend voorwerp (waarbij geen voorzetsel staat)
voorbeeld:
1. Het lawaai stoort HEN.
1. Ik geef een zoen AAN HEN.
2. Ik geef HUN een zoen.
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
De docent ___ ik een pen leende, is ziek.
waarvan
van wie
Answer explanation
Je verwijst naar mensen met WIE + VOORZETSEL
Je verwijst naar dingen en dieren met VOORZETSEL + WAAR
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Het lokaal ___ we een toets hebben, is nog gesloten.
waarin
in wie
in welke
Answer explanation
Je verwijst naar mensen met WIE + VOORZETSEL
Je verwijst naar dingen en dieren met VOORZETSEL + WAAR
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
De bibliotheek heeft ___ assortiment flink uitgebreid
haar
zijn
Answer explanation
DE-WOORDEN zijn mannelijk of vrouwelijk. Naar mannelijke woorden verwijs je met ZIJN. Naar vrouwelijke woorden verwijs je met HAAR.
Vrouwelijke woorden zijn woorden eindigend op -heid / -nis / -ing / -schap / -st / -te / -de / -ie / -ij / -iek / -theek / -teit / -tuur
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?