
D1L1 spelling van de werkwoorden - deel 2
Authored by J. Rottier
World Languages
1st Grade
Used 2+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
18 questions
Show all answers
1.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vervoeg het werkwoord in de tegenwoordige tijd.
Waarom (samentrekken) je gezicht ... als je iets zuurs eet?
(a)
2.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vervoeg het werkwoord in de tegenwoordige tijd.
Zuur (schaden) het glazuur van je tanden.
(a)
3.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vervoeg het werkwoord in de tegenwoordige tijd.
(Voeden) je je met een citroen?
(a)
4.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vervoeg het werkwoord in de tegenwoordige tijd.
Dan (treden) een ingenieus systeem in werking.
(a)
5.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vervoeg het werkwoord in de tegenwoordige tijd.
Je hersenen zenden een signaal naar je speekselklieren:
'(Verspreiden) meer speeksel!'
(a)
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Duid de juiste vervoeging van de werkwoorden in de tegenwoordige tijd aan.
Het extra speeksel dat je (produceren), (verdunnen) de zure stof.
produceert - verdund
produceert - verdunt
produceerd - verdunt
produceerdt - verdund
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Duid de juiste vervoeging van de werkwoorden in de tegenwoordige tijd aan.
Ook je wangspieren (ontvangen) het bericht. Om de tanden te beschermen (trekken) de wangspieren de wangen zo dicht mogelijk bij de tanden.
ontvangt - trekt
ontvangen - trekt
ontvangen - trekken
ontvangt - trekken
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?