hij/zijn/zij/haar

hij/zijn/zij/haar

University

16 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

IW: Recap Les 2: De vrachtwagenchauffeur en begrippen wegvervoer

IW: Recap Les 2: De vrachtwagenchauffeur en begrippen wegvervoer

University

15 Qs

Doodstraf

Doodstraf

1st Grade - University

15 Qs

Hoofdstuk 6 Verzorging en gezondheid

Hoofdstuk 6 Verzorging en gezondheid

1st Grade - Professional Development

15 Qs

Spreekbeurt Dominica

Spreekbeurt Dominica

KG - Professional Development

15 Qs

Wat vind jij?

Wat vind jij?

1st Grade - Professional Development

15 Qs

Zorg en begeleiding van chronisch zieken

Zorg en begeleiding van chronisch zieken

University

15 Qs

Keuken deel B

Keuken deel B

3rd Grade - University

18 Qs

Na klar! Kapitel 4

Na klar! Kapitel 4

KG - University

15 Qs

hij/zijn/zij/haar

hij/zijn/zij/haar

Assessment

Quiz

Other

University

Practice Problem

Easy

Created by

Miranda Wijckmans

Used 1+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

16 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Malek eet de chocolade.

Zij eet zijn chocolade.

Hij eet haar chocolade.

Hij eet zijn chocolade.

Zij eet haar chocolade.

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Bibi Maria ziet een vogel.

Zij ziet haar vogel.

Hij ziet zijn vogel.

Zij ziet zijn vogel.

Hij ziet haar vogel.

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Saif gaat naar de school.

Zij gaat naar zijn school.

Zij gaat naar haar school.

Hij gaat naar zijn school.

Hij gaat naar haar school.

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Eqbal drinkt graag een thee.

Hij drinkt graag zijn thee.

Zij drinkt graag zijn thee.

Hij drinkt graag haar thee.

Zij drinkt graag haar thee.

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Montaha gaat naar de dokter.

Zij gaat naar zijn dokter.

Zij gaat naar haar dokter.

Hij gaat naar haar dokter.

Zij gaat naar zijn dokter.

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Ammar doet de deur open.

Hij doet zijn deur open.

Zij doet haar deur open.

Hij doet haar deur open.

Zij doet zijn deur open.

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Alaa zit in de klas.

Zij zit in haar klas.

Zij zit in zijn klas.

Hij zit in haar klas.

Hij zit in zijn klas.

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?