
Verwijswoorden 2mh Nieuw Nederlands
Authored by Lesley ten Kleij
World Languages
6th - 8th Grade
Used 1+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
22 questions
Show all answers
1.
MATCH QUESTION
1 min • 1 pt
Verbind het persoonlijke voornaamwoord met de juiste regel.
onderwerp
hun
lijdend voorwerp of na een voorzetsel
zij
meewerkend voorwerp zonder voorzetsel
hen
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Kies de juiste optie:
De jongen ..... ik goed ken, is heel aardig.
Die
dat
met wie
waarmee
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Kies de juiste optie:
Ik zie het meisje..... ik gisteren ook al zag.
Die
dat
met wie
waarmee
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Kies de juiste optie:
De bal ........ ik gisteren speelde, is lek.
Die
dat
met wie
waarmee
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Kies de juiste optie:
De buurjongen.... ik altijd naar school fiets, heeft een fatbike waar ik lekker aan kan hangen.
Die
dat
met wie
waarmee
6.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord (meervoud) in. Kies uit zij, hen of hun.
Ik zie ... lopen.
(a)
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Let op deze vraag bestaat uit drie delen (deel 1):
op, met, tussen, voor, achter
Deze woorden zijn allemaal...
voegwoorden
voorzetsels (kastwoordjes)
lidwoorden
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?