Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling

Total questions: 10

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de persoonsvorm in de zin:
Ik bak graag een appeltaart.
a)
Ik
b)
bak
c)
graag
d)
een appeltaart
2.
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin:
Ik bak graag een appeltaart.
a)
Ik
b)
bak
c)
graag
d)
een appeltaart
3.
Wat is het lijdend voorwerp in de zin:
Ik bak graag een appeltaart.
a)
Ik
b)
bak
c)
graag
d)
een appeltaart
4.
Wat is het meewerkend voorwerp in de zin:
Ik geef het boek aan hem.
a)
Ik
b)
geef
c)
het boek
d)
aan hem
5.
Vul het juiste werkwoord tussen haakjes in:
Hij (worden) morgen 18 jaar.
a)
word
b)
wordt
c)
wort
d)
werd
6.
Vul het juiste werkwoord tussen haakjes in:
(Worden) hij morgen 18?
a)
wordt
b)
Wordt
c)
word
d)
Word
7.
Vul het juiste werkwoord tussen haakjes in:
Het (afbranden) huis was compleet verwoest.
a)
afgebrande
b)
afgebrandde
c)
afgebrand
d)
verwoeste
8.
Wat is het juiste meervoud van: timmerman?
a)
timmermannen
b)
timmerluitjes
c)
timmerlieden
d)
timmergasten
9.
Wat is het juiste meervoud van datum?
a)
data
b)
datums
c)
data's
d)
data en datums mag beiden
10.
Ga je deze quiz ook tijdens je les gebruiken een keer?
a)
Ja!!
b)
Nooit!
c)
Echt niet
d)
Nee