wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hfst 4 en 5 Pincode

Total questions: 12

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen reden om werk te hebben?

a)

Er zit regelmaat in je dag.

b)

Je komt in contact met anderen.

c)

Het is nuttig voor de samenleving.

d)

Je blijft in beweging.

2.

Wat is een tijdelijk dienstverband?

a)

Als je baas je oproept kan je aan het werk.

b)

Je werkt minder dan 36 uur per week.

c)

Je hebt een contract voor onbepaalde tijd.

d)

Je hebt een contract voor een bepaalde tijd.

3.

Wat is geen flexibele baan?

a)

Caissière bij de AH.

b)

Tandarts.

c)

In de bediening bij een restaurant.

d)

Medewerker bij de attracties in de Efteling.

4.

Wat is een voordeel voor de Nederlandse maatschappij als de arbeidsparticipatie van vrouwen toe gaat nemen?

a)

Gezinnen hebben dan meer ter besteden.

b)

Meer kinderen naar de kinderopvang en BSO.

c)

Er komt meer inkomstenbelasting binnen.

d)

Het opleidingsniveau in Nederland zal stijgen.

5.

Stelling 1: Een opzegtermijn geeft de werkgever een kans om iemand anders te vinden.

Stelling 2: Een proeftijd heeft ook een opzegtermijn.

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Stelling 1 en 2 zijn beide juist

d)

Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist

6.

Clara heeft een baan die per 1 januari 2022 afloopt.

Naomi heeft een baan waar ze tot haar 67 ( pensioen) mag blijven werken. Welke stelling is juist?

a)

Clara en Naomi zijn in tijdelijke dienst.

b)

Clara en Naomi zijn in vaste dienst

c)

Alleen Clara is in vaste dienst

d)

Alleen Naomi is in vaste dienst

7.

Wat is geen werknemersverzekering?

a)

Werkloosheidswet

b)

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

c)

Algemene Ouderdomswet

8.

Wie van de onderstaande personen valt onder de beroepsbevolking?

a)

Pim is student en werkt 10 per week in een restaurant.

b)

Petra is 63 en werkt 20 uur per week vrijwillig

c)

Patrick en werkloos en zoekt een baan voor 36 uur per week.

d)

Pepijn is huisvader en hij besteedt al zijn tijd aan de kinderen en het huishouden.

9.

Via thuisbezorgd wordt je eten aan de deur gebracht.

Daarom is er veel vraag naar fietskoeriers.

Er is dan sprake van een ...

a)

Neutrale arbeidsmarkt

b)

Krappe arbeidsmarkt

c)

Ruime arbeidsmarkt

d)

Volledige arbeidsmarkt

10.

Pjotr heeft Russisch gestudeerd aan de Universiteit.

Hij is op dit moment op zoek naar een baan en heeft tijdelijk geen werk.

Van welke werkloosheid is hier sprake?

a)

Frictiewerkloosheid

b)

Seizoenswerkloosheid

c)

Conjuncturele werkloosheid

d)

Kwalitatieve werkloosheid

11.

Linda is ontslagen in het restaurant waar zij werkt. Er kwamen steeds minder mensen. Hierdoor gaat het inkomen van Linda achteruit waardoor zij steeds minder uit kan geven.

Welke soort werkloosheid is dit?

a)

Kwalitatieve structurele werkloosheid

b)

Kwantitatieve structurele werkloosheid

c)

Seizoenswerkloosheid

d)

Conjuncturele werkloosheid

12.

Wanneer is er geen sprake van kwantitatieve structurele werkloosheid?

a)

Een fabriek wordt verplaatst naar Bangladesh

b)

Er is veel vraag naar vrachtwagenchauffeurs en veel psychologen zijn werkloos

c)

De bevolking is toegenomen maar de werkgelegenheid is hetzelfde gebleven.

d)

Alle kassa's bij de AH zijn vervangen door zelfscans ( zelf je boodschappen scannen)