wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T4 oefening voor examen

Total questions: 20

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.
Wat is de moleculaire stof?
a)
Kaliumnitraat
b)
Diwaterstofoxide
2.
Welke stof is het zout?
a)
Magnesiumchloride
b)
Koolstofdioxide
3.
Bereken de molecuulmassa van NH3
a)
11,0 u
b)
14,0 u
c)
17,0 u
d)
43,0 u
4.
Gegeven de reactie: ... Fe + ... O2 --> ... Fe2O3
Welk getal moet er op de rode puntjes komen, wanneer de reactie kloppend gemaakt wordt?
a)
2
b)
4
c)
6
d)
8
5.
Geef de molecuulformule van zinkbromide.
Tip 1: Bedenk eerst zout / moleculair
Tip 2: Neem je tijd!
a)
ZnBr2
b)
Zn2Br
c)
ZnBr
d)
Zn2Br2
6.
Wat is geen basisch deeltje?
a)
OH-
b)
O2-
c)
NH4+
d)
NH3
7.
Geef de notatie van opgelost salpeterzuur
a)
H+ + NO3-
b)
2 H+ + SO42-
c)
HNO3 (aq)
d)
H2SO3 (aq)
8.
De pH van azijnzuur is...
a)
lager dan 7
b)
7
c)
hoger dan 7
9.
Wat is de betekenis van dit pictogram?
a)
Bijtend
b)
Schadelijk
c)
Giftig
d)
Licht ontvlambaar
10.
Geef de molecuulformule van natriumfosfaat
a)
NaPO4
b)
Na3PO4
c)
Na(PO)4
d)
Na(PO4)3
11.
Wat is de chemische naam van P2O5
a)
difosforpentaoxide
b)
fosforoxide
c)
difosfortrioxide
d)
difosfortetraoxide
12.
Welke bewering is niet waar?
a)
NaCl is een zuivere stof
b)
NaCl lost slecht op in water
c)
NaCl is een zout
13.
Wat is de lading van het lood-ion in deze verbinding: PbO2
a)
2+
b)
4+
c)
2-
d)
4-
14.
Welk metaal komt, behalve koper, nog meer voor in messing?
a)
kwik
b)
tin
c)
zilver
d)
zink
15.
Welke bewering is juist?
Het massapercentage chroom in CrO is....
a)
groter dan het massapercentage chroom in CrO3
b)
gelijk aan het massapercentage chroom in CrO3
c)
kleiner dan het massapercentage chroom in CrO3
16.
Wat is de molecuulformule van chroom(III)oxide?
a)
CrO
b)
Cr2O3
c)
Cr3O2
d)
Cr3O4
17.
Is C4H8 een alkaan of een alkeen?
a)
alkaan
b)
alkeen
18.
Kraken van alkanen is een vorm van een..:
a)
verbrandingsreactie
b)
neerslagreactie
c)
ontledingsreactie
19.
Hoe wordt een mengsel van natrium en kalium genoemd?
a)
legering
b)
oplossing
c)
verbinding
d)
zout
20.
Hoeveel protonen en elektronen heeft O2-
a)
P: 8 E: 6
b)
P: 16 E: 18
c)
P: 8 E: 10
d)
P: 16 E: 14