wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Hoofdstuk 4

Total questions: 11

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.
Hoe noem je het als er meerdere problemen in 1 verhaal zitten? 
a)
Probleemvragen
b)
Verhaalproblemen
c)
Problemen
d)
Verhaal met 1 probleem
2.
Hoe noem je het als er meerdere problemen in 1 verhaal zitten? 
a)
Probleemvragen
b)
Verhaalproblemen
c)
Problemen
d)
Verhaal met 1 probleem
3.
Wat is een Bezittelijk voornaamwoord
a)
Geeft aan dat het van mij is
b)
Hetzelfde als een persoonlijk voornaamwoord 
c)
Geeft aan van wie iets is
d)
Zij, mij, ik
4.
Hoe vind ik het meewerkend voorwerp?
a)
Aan/voor wie/wat + WG + O + LV
b)
wie/wat + geeft + O
c)
wie/wat + WG
d)
PV + alle andere werkwoorden in de zin
5.
Noem het voltooiddeelwoord van "faxen"
a)
Gefakse
b)
gefakste
c)
Gefaxd
d)
Gefaxt
6.
Zet de leestekens op de juiste plaats in de volgende zin.
Een kleine stevige rode druif smaakt heerlijk
a)
Een kleine. stevige. rode. druif smaakt heerlijk!
b)
Een kleine, stevige, rode druif smaakt heerlijk.
c)
een kleine, stevige, rode druif smaakt heerlijk
d)
Een Kleine, Stevige, Rode Druif smaakt heerlijk.
7.
is dit een mening of feit?
veel mensen kopen op Valentijnsdag een kaartje voor hun Valentijn.
a)
Mening
b)
Feit
8.
wat is de functie van het slot?
a)
mening geven,
conclusie trekken,
samenvatting geven
b)
Mening geven
c)
conclusie trekken
d)
Samenvatting geven 
9.
Wat is het tekstdoel activeren?
a)
informatie geven 
b)
iemand overtuigen
c)
dat je iets van een ander gedaan wilt hebben
d)
Mening geven
10.
Wat is een homoniem?
a)
Een woord met meerdere betekenissen
b)
woorden die hetzelfde betekenen
11.
Wat is het homoniem van "arm"
a)
Niet rijk & lichaamsdeel
b)
Rijk & lichaamsdeel