wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

signaalwoorden en verbanden

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk verband herken je hier?

Gisteren wilde ik naar Basic Fit, maar ik kon uiteindelijk niet.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorwaarde

2.

Welk verband herken je hier?

Zij kwam kleddernat binnen, doordat het zo hard regende.

a)

tegenstelling

b)

tijdsvolgorde

c)

oorzaak-gevolg

d)

opsomming

3.

Welke verband herken je hier?

Ik houd van voetbal, van tennis en ook van basketbal.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

tijdsvolgorde

d)

oorzaak-gevolg

4.

Welk verband herken je hier?

Allereerst ging hij douchen, daarna droogde hij zich af en vervolgens kleedde hij zich aan.

a)

opsomming

b)

oorzaak-gevolg

c)

tegenstelling

d)

tijdsvolgorde

5.

Welk verband herken je hier?

Anne houdt van tekenen, zoals manga, stripverhalen en andere comics.

a)

tijdsvolgorde

b)

voorbeeld

c)

voorwaarde

d)

tegenstelling

6.

Welk verband herken je hier?

Anne wil alleen maar tekenen als ze goede fineliners heeft.

a)

tegenstelling

b)

tijdsvolgorde

c)

oorzaak-gevolg

d)

voorbeeld

7.

Wat is het signaalwoord bij het verband 'voorbeeld'?

a)

maar

b)

ook

c)

toch

d)

bijvoorbeeld

8.

Wat is het signaalwoord bij het verband 'oorzaak-gevolg'?

a)

ook

b)

de oorzaak hiervan...

c)

en

d)

vervolgens

9.

Wat is het signaalwoord bij het verband 'tegenstelling'?

a)

ook

b)

zoals

c)

toch

d)

allereerst

10.

Wat is het signaalwoord bij het verband 'voorwaarde'?

a)

tenzij

b)

doordat

c)

daarna

d)

intussen

11.

Wat is het signaalwoord in deze zin?

De voetbalwedstrijd gaat komende zaterdag door, mits het goed weer is.

a)

gaat

b)

komende

c)

door

d)

mits

12.

Welk signaalwoord staat in deze zin?

Eerst wilde hij naar de film met zijn broer, ...

a)

eerst

b)

hij

c)

met

d)

zijn

13.

Welk signaalwoord staat in deze zin?

Hij kreeg kramp in zijn onderkaak, vervolgens spuugde hij zijn kauwgom maar uit.

a)

kreeg

b)

vervolgens

c)

zijn

d)

maar

14.

Welk signaalwoord staat in deze zin?

Gerard zat op ballet, tafeltennis, hockey en atletiek.

a)

Gerard

b)

zat

c)

op

d)

en

15.

Welk signaalwoord staat in deze zin?

Indien je deze week nog langskomt, kun je gelijk je rugzak meenemen.

a)

indien

b)

deze

c)

gelijk

d)

nog