NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHuiswerk wwsp 11 april
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
weigeren (tt)
Dat eigenwijze joch............. toe te geven dat hij een foutje heeft gemaakt.
Dat eigenwijze joch............. toe te geven dat hij een foutje heeft gemaakt.
a)
weigert
b)
weigerd
c)
weigerde
d)
weigerdt
2.
antwoorden (vt)
Iris dacht even na voordat ze ..........
Iris dacht even na voordat ze ..........
a)
antwoordden
b)
antwordt
c)
antwoordde
d)
antwoord
3.
uploaden (vd)
Ik heb de foto's van het feestje ...........
Ik heb de foto's van het feestje ...........
a)
geuploaden
b)
upgeload
c)
uploaden
d)
geüpload
4.
vermoeden (tt)
Dus jij .......... ook dat hij meer weet dan hij zegt.
Dus jij .......... ook dat hij meer weet dan hij zegt.
a)
vermoed
b)
vermoedt
c)
vermoet
d)
vermoéd
5.
verleiden (tt)
Met mooie producten en een goed verhaal ............hij zijn klanten tot meer aankopen dan gepland.
Met mooie producten en een goed verhaal ............hij zijn klanten tot meer aankopen dan gepland.
a)
verleidt
b)
verleiden
c)
verleden
d)
verlëiden
6.
houden (tt)
Juf Ivvy......... van kleur.
Juf Ivvy......... van kleur.
a)
hout
b)
houdt
c)
hield
d)
houd
7.
reinigen (vd)
Mijn vader heeft eindelijk eens onze oven ..................
Mijn vader heeft eindelijk eens onze oven ..................
a)
gerëinigd
b)
gereinigde
c)
gereinigd
d)
gereinigt
8.
binden (tt)
ik............. je tas wel even achter op je fiets
ik............. je tas wel even achter op je fiets
a)
bind
b)
bindt
c)
binde
d)
gebind
9.
richten (vt)
Vijf jaar geleden...................
we een volleybalvereniging op.
Vijf jaar geleden...................
we een volleybalvereniging op.
a)
gericht
b)
richtten
c)
richt
d)
richtdt
10.
vermoeden (vt)
........ jij vanochtend niet,dat we die verrassing hadden meegebracht?
........ jij vanochtend niet,dat we die verrassing hadden meegebracht?
a)
vermoedde
b)
vermoedt
c)
vermoede
d)
vermoedden
11.
worden (tt)
Weet jij of ik volgende week ook op die receptie......... verwacht?
Weet jij of ik volgende week ook op die receptie......... verwacht?
a)
word
b)
woord
c)
wordt
d)
woordden
12.
weten (vt)
Ciara........het antwoord op die vraag niet
Ciara........het antwoord op die vraag niet
a)
weet
b)
wistte
c)
wist
d)
weette
13.
doorslaan (tt)
Rahouwa kan elk moment ..........
Rahouwa kan elk moment ..........
a)
doorsloegen
b)
doorsloeg
c)
slaan door
d)
doorslaan
14.
sluiten (vt)
De school ............om 19:00 uur.
De school ............om 19:00 uur.
a)
sloot
b)
sluit
c)
sluitte
d)
slootte
15.
onthouden (vt)
Hij ................... de code nooit.
a)
onthoud
b)
onthoudt
c)
onthield
d)
onthieldt
16.
streven (tt)
Ik ............... altijd naar een hoog cijfer voor de taaltoets.
a)
streef
b)
streev
c)
streeft
d)
streefde
17.
versieren (bgvd)
Die ................ cupcakes vind ik prachtig.
a)
versierd
b)
versierde
c)
versiert
d)
geversierde
18.
afwassen (bgvd)De ............... borden werden in de keukenkast gezet.
a)
afwassen
b)
afgewaste
c)
afgewassen
d)
afgewasse
19.
vinden (vt)
Mijn oma .............. de bos bloemen erg mooi.
a)
vind
b)
vindt
c)
vond
d)
vodt
20.
zingen (tegenw deelw)
..................... liep de verliefde jongen door de stad.
a)
gezongen
b)
zingen
c)
zingt
d)
zingend
Reset
