wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kenmerkende aspecten tijdvakken geschiedenis

Total questions: 49

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën
b)
De Duitse bezetting van Nederland
c)
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)
d)
De rol van moderne propaganda- en communicatie-middelen en vormen van massa-organisatie
2.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding – gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
b)
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)
c)
De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
d)
Discussies over de ‘sociale kwestie’
3.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De eenwording van  Europa
b)
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
c)
de opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
d)
de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen
4.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
b)
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
c)
De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding – gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
d)
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaal-socialisme
5.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaal-socialisme
b)
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
c)
Het voeren van twee wereldoorlogen
d)
De eenwording van Europa
6.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
b)
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)
c)
De Duitse bezetting van Nederland
d)
De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
7.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën
b)
De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
c)
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)
d)
De eenwording van Europa
8.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
b)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
c)
De rol van moderne propaganda- en communicatie-middelen en vormen van massa-organisatie
d)
De Duitse bezetting van Nederland
9.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Verwoestingen: op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogsvoering
b)
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieëncommunisme en fascisme/nationaal-socialisme
c)
Discussies over de ‘sociale kwestie’
d)
De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
10.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
b)
Verwoestingen: op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogsvoering
c)
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
d)
De Duitse bezetting van Nederland
11.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Verwoestingen: op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogsvoering
b)
Het voeren van twee wereldoorlogen
c)
de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
d)
De Duitse bezetting van Nederland
12.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het voeren van twee wereldoorlogen
b)
De rol van moderne propaganda- en communicatie-middelen en vormen van massa-organisatie
c)
de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een – wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
d)
De Duitse bezetting van Nederland
13.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
b)
e opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
c)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
d)
discussies over de ‘sociale kwestie’
14.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
de opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
b)
de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding – gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
c)
discussies over de ‘sociale kwestie’
15.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
de industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
b)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
c)
discussies over de ‘sociale kwestie’
d)
de opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
16.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces
b)
Discussies over de ‘sociale kwestie’
c)
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
d)
De Duitse bezetting van Nederland
17.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het voeren van twee wereldoorlogen
b)
de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, – socialisme, confessionalisme en feminisme
c)
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
d)
de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
18.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
b)
De opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
c)
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over – grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
d)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
19.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de – daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
b)
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, – socialisme, confessionalisme en feminisme
c)
discussies over de ‘sociale kwestie’
d)
voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op – eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
20.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op – eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
b)
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over – grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
c)
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, – socialisme, confessionalisme en feminisme
d)
de opkomst van emancipatiebewegingen: confessionalisme en feminisme
21.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op – eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
b)
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de – daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
c)
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
d)
Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces
22.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
b)
Het begin van de Europese expansie overzee
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
Het streven van vorsten naar absolute macht
23.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het streven van vorsten naar absolute macht
b)
De wetenschappelijke revolutie
c)
Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op – eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
d)
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over – grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
24.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het streven van vorsten naar absolute macht
b)
De wetenschappelijke revolutie
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over – grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel – opzicht van de Nederlandse Republiek
25.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het streven van vorsten naar absolute macht
b)
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
c)
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel – opzicht van de Nederlandse Republiek
d)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
26.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het streven van vorsten naar absolute macht
b)
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
c)
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel – opzicht van de Nederlandse Republiek
d)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
27.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De wetenschappelijke revolutie
b)
Het streven van vorsten naar absolute macht
c)
Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staa
d)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
28.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot – gevolg
b)
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
c)
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel – opzicht van de Nederlandse Republiek
d)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
29.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het begin van de Europese expansie overzee
b)
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel – opzicht van de Nederlandse Republiek
c)
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
d)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
30.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
b)
De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot – gevolg
c)
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
d)
Discussies over de ‘sociale kwestie’
31.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe – wetenschappelijke belangstelling
b)
De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot – gevolg
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
Discussies over de ‘sociale kwestie’
32.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
b)
Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
Discussies over de ‘sociale kwestie’
33.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
b)
De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
34.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
b)
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
c)
Het begin van staatsvorming en centralisatie
d)
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
35.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
b)
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
c)
Het begin van staatsvorming en centralisatie
d)
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
36.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monothëstische godsdiensten
b)
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest- Europa
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
37.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
b)
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
c)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
d)
De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten
38.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
b)
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
c)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
d)
Het begin van staatsvorming en centralisatie
39.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monothëistische godsdiensten
b)
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest- Europa
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
40.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monothëistische godsdiensten
b)
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest- Europa
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
41.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
42.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
43.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
c)
de levenswijze van jager-verzamelaars
d)
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
44.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
c)
De levenswijze van jager-verzamelaars
d)
het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
45.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
c)
De levenswijze van jager-verzamelaars
d)
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
46.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen
b)
de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding – gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
c)
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
d)
De Duitse bezetting van Nederland
47.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
b)
Het voeren van twee wereldoorlogen
c)
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
d)
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)
48.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
b)
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, – socialisme, confessionalisme en feminisme
c)
de industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
d)
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden (Holocaust)
49.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De crisis van het wereldkapitalisme (wereldcrisis)
b)
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, – socialisme, confessionalisme en feminisme
c)
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over – grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
d)
Het streven van vorsten naar absolute macht