NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsDe gaswetten
Total questions: 23
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Om de temperatuur om te zetten naar Kelvin, moet je __________ toevoegen aan je meting in graden Celsius.
a)
372
b)
273
c)
237
d)
732
2.
De wet van Boyle-Mariotte geeft het verband weer tussen _____ en _____.
a)
temperatuur en volume
b)
volume en druk
c)
temperatuur en druk
d)
volume, temperatuur en druk
3.
Welk van onderstaande zal de gasdruk van een systeem verhogen.
a)
De temperatuur laten toenemen
b)
Meer gasdeeltjes toevoegen
c)
Het volume verkleinen
d)
Al deze mogelijkheden
4.
Welke van onderstaande heeft de kleinste dichtheid
a)
gassen
b)
vaste stoffen
c)
vloeistoffen
d)
Alle materie heeft eenzelfde dichtheid
5.
Gasen hebben ....
a)
Een vaste vorm en volume
b)
Een vaste vorm, maar geen vast volume
c)
Geen vaste vorm, maar een vast volume
d)
Geen vaste vorm of volume
6.
Onder welke naam kennen we 0 K
a)
Dit bestaat niet
b)
Ijskoud
c)
Het stolpunt van water
d)
Absoluut nulpunt
7.
Hoe kan je een meting in °C omzetten naar K ?
a)
+ 273
b)
- 273
c)
Je kan ze niet omzetten
d)
Het is exact hetzelfde
8.
Druk is het rechtstreekse gevolg van de botsingen tussen gasdeeltjes en de wanden van het vat.
a)
juist
b)
fout
9.
Wat gebeurt er met de gemiddelde kinetische energie van de deeltjes wanneer de stof opwarmt?
a)
Het neemt toe
b)
Het neemt af
c)
Het verandert niet
d)
Dat kan men niet vaststellen
10.
Wanneer de temperatuur van een gas toeneemt, zal de druk ....
a)
Afnemen
b)
Toenemen
c)
Niet veranderen
11.
Wanneer een ballon afkoelt, wat gebeurt er dan met zijn volume ?
a)
Volume neemt toe
b)
Volume neemt af
c)
Volume verandert niet
12.
Wat veroorzaakt druk ?
a)
De wanden van het vat
b)
Het vacuüm in het vat
c)
De botsingen van de deeltjes
d)
De atmosferische druk op de buitenwand van het vat
13.
Volgende grafiek toont de gaswet van ....
a)
De volumewet van Gay Lussac
b)
Boyle Mariotte
c)
De drukwet van Gay Lussac
d)
Derde wet van Newton
14.
Boyle-Mariotte : de druk en het volume van een gas hebben een ____ verband.
a)
geen verband
b)
evenredig
c)
omgekeerd evenredig
d)
gelijk
15.
Om berekeningen met gaswetten op te lossen moet de temperatuur in volgende eenheid staan :
a)
Fahrenheit
b)
Celsius
c)
Kelvin
d)
Het maakt niet uit
16.
100 °C is gelijk aan _______ Kelvin.
a)
0 K
b)
273 K
c)
173 K
d)
373 K
17.
Geef de volumewet van Gay-Lussac?
a)
P1V1=P2V2
b)
V1/T1=V2/T2
c)
V1/n1=V2/n2
d)
P1/T1=P2/T2
18.
Geef de wet van Boyle-Mariotte
a)
P1V1=P2V2
b)
V1/T1=V2/T2
c)
V1/n1=V2/n2
d)
P1/T1=P2/T2
19.
Welk verband bestaat er tussen druk en temperatuur van een gas.
a)
Omgekeerd evenredig
b)
Evenredig
c)
niet genoeg informatie
d)
gelijk
20.
In de ideale gaswet, wat stelt n voor ?
a)
gas constante
b)
aantal mol
c)
temperatuur
d)
volume
21.
In de ideale gaswet, welk symbool stelt de gasconstante voor?
a)
n
b)
R
c)
T
d)
V
22.
Indien de temperatuur van een gas zou toenemen, terwijl het aantal deeltjes en de druk constant zou blijven. wat gebeurt er dan met het volume?
a)
neemt toe
b)
neemt af
c)
onmogelijk te zeggen (je kent het aantal mol niet)
d)
blijft gelijk
23.
Lijnen van gelijke druk noemt men
a)
isochoren
b)
isobaren
c)
isothermen
d)
isoforen
Reset
