wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Staatsinrichting-1

Total questions: 16

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Door wie werden de leden van de Eerste Kamer vóór 1848 benoemd?
a)
De leden van de Provinciale Staten
b)
De leden van de Tweede Kamer
c)
De koning
d)
Door niemand, ze werden gekozen door rijke burgers
2.
Het parlement bestaat uit de leden van de Eerste en Tweede Kamer
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
In 1848 gaf de koning opdracht een nieuwe grondwet te maken. Welke koning gafdie opdracht?
a)
Willem 1
b)
Willem 2
c)
Willem 3
d)
Wilhelmina
4.
De grondwet van 1848 werd gemaakt door een groep onder leiding van Troelstra.
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
De regering bestaat uit de koning en de ministers.
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Na 1848 moeten de ministers verantwoording afleggen aan het parlement.
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Dat ministers verantwoordelijkheid moeten afleggen noem je...
a)
absolutisme
b)
ministeriële verantwoordelijkheid
c)
onschendbaarheid
d)
parlementaire democratie
8.
De Tweede Kamer werd na 1848 direct gekozen, de Eerste Kamer indirect.
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Tussen 1850 en 1900 zaten er vooral liberalen in het parlement. Dat waren .....
a)
boeren en landarbeiders
b)
fabrikanten en ondernemers
c)
onderwijzers en leraren
d)
fabrieksarbeiders en bankiers
10.
Een politieke stroming die tegenover de liberalen stond waren de socialisten.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
De leider van de socialisten in Nederland was Karl Marx.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Welke zin past het best bij de confessionelen?
a)
vrijheid van meningsuiting
b)
godsdienst moet de politiek bepalen
c)
niemand mag uitgebuit worden
d)
een werkdag duurt hooguit 8 uur
13.
De politieke leider van de katholieken was Abraham Kuyper.
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
Wat is censuskiesrecht?
a)
alleen mannen mogen stemmen
b)
alleen rijke mannen mogen stemmen
c)
alleen rijke mannen en vrouwen mogen stemmen
d)
alleen fabriekseigenaren en ondernemers mogen stemmen
15.
Nederland had eerst een districtenstelsel, daarna evenredige vertegenwoordiging.
a)
Juist
b)
Onjuist
16.
Welke politieke leider is dit?
a)
Abraham Kuyper
b)
Johan Rudolf Thorbecke
c)
Pieter Jelles Troelstra
d)
Herman Schaepman