NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsIntro Hoofdstuk 1, 2 en 3
Total questions: 30
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Wat is een motief?
a)
een paar noten
b)
noten die herhaald worden
c)
een melodie
d)
een muziekstuk
2.
In een muziekstuk speelt een basgitaar de hele tijd hetzelfde. Wat is dat?
a)
melodisch motief
b)
ritmisch motief
c)
melodisch ostinato
d)
ritmisch ostinato
3.
Welke notenwaarde staat in maat 2?
a)
heel
b)
half
c)
kwart
d)
achtste
4.
Welke notenwaarde staat niet in maat 4?
a)
kwart
b)
achtste
c)
zestiende
5.
Maat 5 is niet volledig. Welke noot maakt de maat compleet?
a)
heel
b)
half
c)
kwart
d)
achtste
6.
Wat is de notennaam van de eerste noot in maat 7?
a)
a
b)
b
c)
c
d)
d
7.
Wat is de notennaam van de enige noot in maat 8?
a)
d
b)
e
c)
f
d)
g
8.
Je speelt dezelfde melodie twee keer, de tweede keer hoger dan de eerste keer. Hoe noem je dat?
a)
een herhaling
b)
een herhaling op een andere toonhoogte
c)
een variatie
9.
Je speelt twee dezelfde ritmes, de tweede dubbel zo snel als de eerste. Hoe noem je dat?
a)
een herhaling
b)
een herhaling op een andere toonhoogte
c)
een variatie
10.
Hoeveel achtste noten passen er in twee halve noten?
a)
4
b)
6
c)
8
d)
12
11.
Hoeveel zestiende noten passen er in een noot van anderhalve tel?
a)
3
b)
4
c)
6
d)
8
12.
Hoeveel kwartnoten zijn nodig om een maat van 6 tellen te vullen?
a)
3
b)
6
c)
12
d)
24
13.
Op welke lijn van de notenbalk (van onder geteld) staat de noot g?
a)
eerste
b)
tweede
c)
derde
d)
vierde
14.
Tussen welke twee lijnen van de notenbalk (van onder geteld) staat de hoge noot c?
a)
tussen eerste en tweede
b)
tussen tweede en derde
c)
tussen derde en vierde
d)
tussen vierde en vijfde
15.
Hoe noem je het totale overzicht van een muziekstuk?
a)
notenbalk
b)
muziekpapier
c)
partituur
d)
leadsheet
16.
Welk van de onderstaande voorbeelden is géén contrast?
a)
hoog - laag
b)
hard - zacht
c)
snel - langzaam
d)
toonduur - notenwaarde
17.
Hoe noem je het verschil tussen hoog en laag?
a)
contrast in toonduur
b)
contrast in toonhoogte
c)
contrast in tempo
d)
contrast in klankkleur
18.
Hoe noem je het verschil tussen een saxofoon en een piano?
a)
contrast in klankkleur
b)
contrast in toonduur
c)
contrast in dynamiek
d)
contrast in tempo
19.
Hoe noem je het verschil tussen snel en langzaam?
a)
contrast in toonduur
b)
contrast in tempo
c)
contrast in notenwaarde
d)
contrast in dynamiek
20.
Hoe noem je het verschil tussen hard en zacht?
a)
contrast in dynamiek
b)
contrast in klankkleur
c)
contrast in toonduur
d)
contrast in tempo
21.
Welke noot hoort niet in het rijtje?
a)
fis
b)
ais
c)
aes
d)
fes
22.
Welke noot hoort niet in het rijtje?
a)
fas
b)
fis
c)
fes
23.
De zwarte toetsen op de piano hebben elk twee namen. Welke hoort er niet bij?
a)
dis en es
b)
ges en fis
c)
as en bes
d)
cis en des
24.
Welk van de voortekens dient als reset-knop?
a)
kruis
b)
mol
c)
herstellingsteken
25.
Welk van de voortekens wordt gebruikt om noten te verlagen?
a)
kruis
b)
mol
c)
herstellingsteken
26.
Welk van de voortekens wordt gebruikt om noten te verhogen?
a)
kruis
b)
mol
c)
herstellingsteken
27.
Een break, wat is dat?
a)
een korte pauze in de muziek
b)
een belangrijke verandering in de muziek
c)
het einde van een muziekstuk
28.
Een muziekstuk waarbij een zangeres wordt begeleid door een orkest, is...?
a)
instrumentaal
b)
vocaal
c)
beiden
29.
Een drummer speelt gedurende een muzieknummer hetzelfde ritme. Hoe noem je dat?
a)
een ritmisch motief
b)
een ritmisch ostinato
c)
een melodisch motief
d)
een melodisch ostinato
30.
Een zangeres zingt een stukje muziek. Hoe noem je dat?
a)
een ritmisch motief
b)
een melodisch motief
c)
een ritmisch ostinato
d)
een melodisch ostinato
Reset
