wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2KGT - Grammatica zinsdelen

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de persoonsvorm (pv) in de zin?

De kampioenen vierden feest in het dorp.

a)

De kampioenen

b)

vierden

c)

feest

d)

in het dorp

2.

Wat is de persoonsvorm (pv) in de zin?

De bokser verloor een belangrijke wedstrijd.

a)

De bokser

b)

verloor

c)

een belangrijke wedstrijd

3.

Wat is de persoonsvorm (pv) in de zin?

Vol verbazing hadden de kinderen geluisterd.

a)

hadden

b)

geluisterd

c)

de kinderen

4.

Wat is het onderwerp (o) in de zin?

De voetballer struikelde over de bal.

a)

struikelde

b)

over de bal

c)

De voetballer

5.

Wat is het onderwerp (o) in de zin?

De supporters scholden de spelers uit.

a)

De supporters

b)

scholden uit

c)

De spelers

6.

Wat is het onderwerp (o) in de zin?

Maait die jongen altijd het gras?

a)

Maait

b)

die jongen

c)

altijd

d)

het gras

7.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

Anouk zal morgen komen helpen.

a)

zal

b)

zal komen

c)

zal komen helpen

d)

zal helpen

8.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

We zijn gisteren naar het strand geweest.

a)

zijn

b)

zijn geweest

c)

geweest

9.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

De bekende zanger zong een lied voor zijn fans.

a)

zong

b)

zong een lied

c)

voor zijn fans

10.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

Tijdens de les zit ik vaak stiekem te kijken op mijn mobieltje.

a)

zit

b)

te kijken

c)

zit te kijken

11.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

Ondertussen ben ik dan wel naar de leraar aan het luisteren.

a)

ben

b)

ben aan het luisteren

c)

luisteren

12.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

De zangeres had zich beschermd tegen opdringerige fans.

a)

had

b)

had beschermd

c)

had zich beschermd

13.

Wat is het werkwoordelijk gezegde (wg) in de zin?

Mijn vriendin en ik voelden ons supergoed.

a)

voelden

b)

voelden ons

c)

voelden ons supergoed

14.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

De bezorger bracht de krant rond.

a)

De bezorger

b)

bracht

c)

de krant

d)

bracht rond

15.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

Piet heeft de bal aan zijn vriend gegeven.

a)

Piet

b)

de bal

c)

zijn vriend

16.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

Dat meisje gaf haar hond een nieuwe mand.

a)

Dat meisje

b)

gaf

c)

haar hond

d)

een nieuwe mand

17.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

Meriam had weer een mooi verhaal verzonnen.

a)

Meriam

b)

weer

c)

een mooi verhaal

d)

had verzonnen

18.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

Jacob vertelde Jamal een geheimpje.

a)

Jacob

b)

vertelde

c)

Jamal

d)

een geheimpje

19.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

Ik las op een blog een artikeltje over een intelligente spiegel.

a)

ik

b)

las

c)

op een blog

d)

een artikeltje over een intelligente spiegel

20.

Wat is het lijdend voorwerp (lv) in de zin?

Dit spiegeltje met ingebouwde app analyseert je huid.

a)

je huid

b)

dit spiegeltje

c)

dit spiegeltje met ingebouwde app

d)

analyseert

21.

Noteer de persoonsvorm (pv).

Ik doe nooit iets zonder mijn smartphone.

(a)  

22.

Noteer het onderwerp (o).

Veel scholieren hadden enthousiast met de actie meegedaan.

(a)  

23.

Noteer het werkwoordelijk gezegde (wg).

Waarom ben jij niet naar school gegaan?

(a)  

24.

Noteer het werkwoordelijk gezegde (wg).

Tijdens quiz ben jij hopelijk niet met je telefoon aan het spelen!

(a)  

25.

Noteer het lijdend voorwerp (lv).

Morgen geef ik Alicia een heel mooi cadeautje.

(a)