NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsRekenen in oktober
Total questions: 15
Worksheet time: 17mins
Name
Class
Date
1.
3 x 24 =
a)
62
b)
72
c)
82
d)
84
2.
9 x 47 =
a)
423
b)
425
c)
433
d)
413
3.
12 x 26 =
a)
310
b)
312
c)
314
d)
316
4.
In een feestzaal staan 46 tafels. Aan elke tafel staan 18 stoelen. Hoeveel stoelen staan er in de feestzaal?
a)
802
b)
818
c)
822
d)
828
5.
90 x 3000 =
a)
270
b)
2700
c)
27000
d)
270000
6.
144: 12 =
a)
10
b)
11
c)
12
d)
14
7.
2 x 9 - 3 =
a)
15
b)
12
c)
14
d)
16
8.
27 - 18:6 =
a)
1,5
b)
24
c)
2
d)
25
9.
Thea loopt een wedstrijd van 31,08 kilometer. Zij heeft al 8,5 kilometer gelopen. Hoeveel kilometer moet zij nog lopen
a)
31,03
b)
23,03
c)
22,58
d)
22,03
10.
De doperwten zijn in de aanbieding. Voor een blik betaal je geen 1,07 maar 0,79. Wat is je korting?
a)
0,28
b)
0,38
c)
0,25
d)
0,34
11.
Ingrid heeft een lap stof gekocht van 1,85 meter lang. Zij heeft maar 1.27 over. Hoeveel stof houdt zij over?
a)
0,68
b)
0,47
c)
0,58
d)
0,52
12.
Chris koopt 5 pompoenen voor 2,99 per stuk. Hoeveel moet hij bij de kassa betalen?
a)
15.00
b)
14.95
c)
14,90
d)
15,00
13.
3,14 + 1,99 =
a)
5,13
b)
5,14
c)
5,12
d)
5,16
14.
2/4 + 2/3 =
a)
4/7
b)
4/12
c)
1 1/6
d)
1 1/12
15.
602 reizigers uit een kapotte trein worden vervoerd met bussen. In elke bus is plaats voor 89 reizigers. Hoeveel bussen zijn er nodig om alle reizigers te vervoeren?
a)
5
b)
6
c)
7
d)
8
Reset
