wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Warming-up

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
10-30= -20
a)
ja
b)
nee
2.
1000 m is 1 km
a)
ja
b)
nee
3.
104=100000
a)
ja
b)
nee
4.
10(4+1)=100000
a)
ja
b)
nee
5.
De heer Klaasen bestelt een printer. Wat is de persoonsvorm van deze zin?
a)
Printer
b)
bestelt
c)
De heer Klaasen
6.
De heer Nelisen bestelt een printer. Wat is het onderwerp van deze zin?
a)
Printer
b)
bestelt
c)
De heer Nelisen
7.
Een compleet computersysteem kost 450 euro. De heer Pietersen krijgt 50% korting. Wat is het bedrag?
a)
120
b)
50
c)
Het bedrag ligt tussen 222 euro en 245 euro
8.
Een auto heeft een snelheid van 100 km/uur. Wat is de afstand na 5,5 uur?
a)
550 meter
b)
525 meter
c)
550 km
9.
De heer Huizinga bestelt een printer. Wat is de persoonsvorm van deze zin?
a)
Printer
b)
bestelt
c)
De heer Klaasen
10.
John.. (Have) a big car.
a)
have
b)
has
c)
am
11.
1) De heer Jansen heeft veel gereedtschap.
2) Hij kan het niet verdragen.
3) Hij is bekent bij de politie.
4) Hij heeft echt genoten.
Hoeveel fouten tel je?
a)
1
b)
2
c)
3
12.
Hoeveel ogen telt een dobbelsteen?
a)
20
b)
22
c)
23
d)
21
13.
x=20, y=30 en z=30
D= (x+x+y+y) -(y+x+y+x)
Hoe groot is D?
a)
160
b)
50
c)
0
d)
60
14.
x=2000, y=30 en z=30
E= (x+x+y+y) -(y+x+y+x)
Hoe groot is E?
a)
160
b)
0
c)
1940
d)
60
15.
x=20, y=30 en z=30
D= ((x+x+y) -(y+x+x))* 102
Hoe groot is D?
a)
160
b)
50
c)
0
d)
60
16.
A+B= 12
A*B=35
Hoe groot is A en hoe groot is B?
a)
A=10 en  B=6
b)
A=6 en B=6
c)
B=7 en A=4
d)
A=5 en B=7
17.
Een .... kan in zijn eentje het gezegde vormen
a)
Hulpwerkwoord
b)
Infinitief
c)
Koppelwerkwoord
d)
Zelfstandig naamwoord
18.
Hij gaat de slaapkamer behangen.
Dit is een voorbeeld van een:
a)
Hulpwerkwoord
b)
Infinitief
c)
Koppelwerkwoord
d)
Zelfstandig naamwoord
19.
Hij gaat de slaapkamer behangen.
Dit is een voorbeeld van een:
a)
Hulpwerkwoord
b)
Infinitief
c)
Koppelwerkwoord
d)
Zelfstandig naamwoord
20.
Pietjes ideaal is slapend rijk worden.
Dit is een voorbeeld van een:
a)
Hulpwerkwoord
b)
Infinitief
c)
tegenwoordig deelwoord
d)
Zelfstandig naamwoord
21.
Een fileserver en een inlogserver hebben dezelfde functie.
a)
ja
b)
nee
22.
Het MAC-adres van een netwerkkaart is niet uniek
a)
ja
b)
nee
23.
Om problemen met de netspanning op te lossen, kan je een ....gebruiken
a)
PSU
b)
UPS
c)
Netspanning converter
d)
AC-bridge
24.
1) Een WAN is een onderdeel van een LAN.
2) Een LAN is een local area network.
a)
Bewering 1 is juist en bewering 2 is onjuist
b)
Bewering 1 is onjuist en bewering 2 is onjuist
c)
Bewering 1 is onjuist en bewering 2 is juist
d)
Bewering 1 is on juist en bewering 2 is juist
25.
Het versleutelen van informatie noemt men ook wel encryptie. Klopt deze bewering?
a)
ja
b)
nee