wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen h2 klas1

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Nederzetting
a)
Een plaats waar mensen wonen
b)
Een plaats waar mensen werken
c)
Een plaats waar mensen willen wonen
2.
Is de volgende beschrijving een dorp of een stad? 
Een plek waar 300 mensen wonen. Hier vindt je een kruitvat en een Jumbo. 
a)
Dorp
b)
Stad
c)
Kan beide
3.
Welke van de volgende mogelijkheden is geen voorziening
a)
Zwembad
b)
School
c)
Bioscoop
d)
Bos
4.
Hoe is de opbouw van een stad?
a)
Centrum, woonwijk, winkelcentrum
b)
Centrum, industrieterrein, woonwijk
c)
Woonwijk, centrum, industrieterein
d)
Geen van bovenstaande
5.
bedrijventerrein
a)
Plek in de stad met veel winkels
b)
Plek in de stad met veel grote bedrijven
c)
Plek in de stad waar mensen en winkels gemixed zijn
d)
Plek in de stad waar vrachtwagen mogen komen. 
6.
Almelo is een agglomeratie. 
a)
Ja
b)
Nee
c)
Weet ik niet......
7.
Suburbanisatie betekend de trek naar de stad toe. 
a)
Ja 
b)
Nee
c)
Weet ik niet.....
8.
In Nederland deden de mensen eerst aan urbanisatie en daarna pas aan suburbanisatie
a)
Ja
b)
Nee
c)
Weet ik niet....
9.
Mensen konden aan Urbanisatie doen omdat ze een auto konden komen. Anders konden ze niet in de stad komen. 
a)
ja
b)
nee
c)
weet ik niet......
10.
Mensen die in een rijke buurt wonen zijn gemiddeld gezonder dan mensen die in een arme wijk wonen. 
a)
ja
b)
nee
c)
weet ik niet....
11.
mobiliteit is dat mensen een mobieltje kregen.
a)
ja
b)
nee 
c)
weet ik niet......
12.
Al onze ouders zijn Forenzen. 
a)
Ja
b)
Nee
c)
Weet ik niet...
13.
Welke van de volgende redenen is geen vertrekreden?
a)
Werk
b)
School
c)
Te groot huis
d)
Grotere stad :D
14.
Welke van de volgende dingen is geen vestigingsreden
a)
Pesten
b)
Werk
c)
Mooi Huis
d)
Nieuwe school
15.
Een groeikern is een wijk die is aangewezen om te groeien zodat er meer mensen in de stad kunnen wonen.
a)
Ja
b)
Nee
c)
Weet ik niet....
16.
Hoe bereikbaarder de stad hoe meer mensen aan suburbanisatie zullen doen. 
a)
Ja
b)
Nee
c)
Weet ik niet...
17.
Wanneer je in de zomer lekker buiten huis van de zon gaat genieten doe je aan recreatie.
a)
Ja
b)
Nee
c)
Weet ik niet.....