NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsJuridisch deel II
Total questions: 20
Worksheet time: 43mins
Name
Class
Date
1.
Welke stelling(en) zijn juist?
Stelling I:Een ondernemer is te allen tijde verplicht een opstalverzekering af te sluiten.
Stelling II:Wanneer een ondernemer een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten is het niet nodig om nog een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
Stelling I:Een ondernemer is te allen tijde verplicht een opstalverzekering af te sluiten.
Stelling II:Wanneer een ondernemer een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten is het niet nodig om nog een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
a)
Beide stellingen zijn juist
b)
Alleen stelling I is juist
c)
Alleen stelling II is juist
d)
Beide stellingen zijn onjuist
2.
Bij een heftige najaarsstorm waaien bij drukkerij Rietje 2 dakpannen van het dak af. Ze komen terecht op de geparkeerde auto van buurman Klaas. Wat is juist?
a)
Klaas heeft pech, de schade aan zijn auto komt voor zijn eigen rekening
b)
Klaas kan de schade claimen bij zijn WA-verzekering voor zijn auto
c)
Drukkerij Rietje kan zich op overmacht beroepen en hoeft nooit iets te betalen
d)
Klaas moet drukkerij Rietje aansprakelijk stellen voor zijn schade en drukkerij Rietje kan de claim van Klaas neerleggen bij de opstalverzekering
3.
Bob is pianist bij het Geldersch orkest. Bob is geen werknemer van het Geldersch orkest. Bob is zelfstandige. Wanneer hij in het bos wandelt struikelt hij over een tak en breekt drie vingers hetgeen blijvende schade aan zijn vingers tot gevolg heeft. Wat is juist?
a)
Bob kan de schade die hij lijdt claimen bij zijn eigen bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
b)
Bob kan de schade claimen bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering
c)
Bob kan de schade bij zijn arbeidsongeschiktheidverzekering claimen
d)
Bob heeft geen enkele verzekering afgesloten, dus nu kan hij de claim neerleggen bij Natuurmonumenten die het bos beheert
4.
Kees is advocaat. In een procedure voor zijn cliënt Bouwvak B.V. laat hij een termijn verstrijken waardoor Bouwvak B.V. geen hoger beroep meer kan aantekenen tegen een beslissing van de rechter. Wat is juist?
a)
Kees spreekt zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering aan
b)
Bouwvak B.V. spreekt zijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering aan
c)
Kees spreekt zijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering aan
d)
Kees spreekt zijn inboedelverzekering aan
5.
Algemene voorwaarden zijn nuttig omdat:
a)
je daarin onbeperkt alles mag regelen wat jou goed uitkomt
b)
je daarin kunt regelen dat je nooit ergens aansprakelijk voor gesteld kunt worden
c)
je daarin je maximale aansprakelijkheid kunt regelen, mits je zaken doet met een professionele partij
d)
je nooit meer een overeenkomst met een contractspartij hoeft te sluiten
6.
Om er zeker van te zijn dat algemene voorwaarden van toepassing zijn op een overeenkomst dien je:
a)
deze op de achterkant van de factuur te drukken
b)
deze te deponeren bij de Kamer van Koophandel
c)
deze op je website te plaatsen
d)
deze voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de contractspartij ter hand te stellen
7.
Een klant heeft een boek via internet besteld bij Bol.com. De bezorgen geeft het boek al bij de buren van die klant. Wat is juist?
a)
Als het boek bij de buren is afgeleverd is bol.com er niet verantwoordelijk voor als het boek door de hamster van de buren wordt beschadigd
b)
Dient bol.com een nieuw boek te leveren aan de klant wanneer het boek wordt beschadigd door de hamster van de buren
c)
Moet de klant zijn buren aansprakelijk stellen voor de beschadiging van het boek
d)
Moet de hamster naar het dierenasiel gebracht worden
8.
Bianca koopt een lipstick via internet bij de bijenkorf. Na ontvangst brengt zij de lipstick aan en valt de gekozen kleur haar tegen. Ze stuurt de lipstick terug naar de Bijenkorf en eist een andere kleur lipstick. Wat is onjuist?
a)
De bijenkorf is aansprakelijk en moet kosteloos een andere lipstick toesturen
b)
Omdat de lipstick gebruikt is en dus niet meer gesealed is kan Bianca de lipstick niet meer terugzenden
c)
Had Bianca de lipstick binnen 14 dagen retour kunnen sturen naar de Bijenkorf als de lipstick nog gesealed was
d)
Had Bianca de lipstick nog een jaar later terug kunnen sturen mits deze nog gesealed was omdat de Bijenkorf het onbindingsformulier niet digitaal beschikbaar had gesteld
9.
Koos heeft via internet een mobiel telefoonabonnement gekocht. Een week later komt hij erachter dat hij hetzelfde abonnement ergens anders goedkoper kan aanschaffen. Wat geldt?
a)
Koos heeft pech. Hij kan niks doen
b)
Omdat Koos al gebeld heeft met het nieuwe abonnement heeft hij pech
c)
Omdat er nog geen 14 dagen verstreken zijn na de aankoop van het abonnement kan Koos de overeenkomst nog ontbinden. Hij betaalt dan alleen de abonnementskosten voor die periode en de belminuten
d)
Telefoonabonnementen kun je nooit ontbinden
10.
Wat is juist?
a)
Huur, huurkoop, operational lease en financial lease zijn precies hetzelfde
b)
Aan het eind van een huurcontract wordt de huurder automatisch eigenaar van de gehuurde zaak
c)
Aan het eind van een huurkoopcontract wordt de huurkoper automatisch eigenaar van de zaak
d)
Aan het eind van een operational leasecontract is de leasenemer eigenaar van de geleasete zaak
11.
Een geldlening is sowieso zakelijk wanneer:
a)
Er een rente gehanteerd wordt die gelijk is aan het rentetarief dat banken elkaar onderling in rekening brengen
b)
De looptijd van de lening 10 jaar is en er geen zekerheden gesteld worden
c)
De schuldenaar een eerste recht van hypotheek verstrekt aan de geldverstrekker dat de hoogte van de geldlening volledig dekt
d)
Deze gesloten wordt tussen twee met elkaar gelieerde ondernemingen
12.
Van huur is sprake wanneer:
a)
Berend zijn woonhuis aan Kobus ter beschikking stelt
b)
Berend zijn fiets aan Kobus ter beschikking stelt en Kobus daarvoor een bedrag moet betalen aan Berend.
c)
Kobus aan Berend een bedraag betaalt voor een auto waar Kobus niet het genot van heeft
d)
Berend zijn woonhuis aan Kobus ter beschikking stelt en Kobus in ruil daarvoor moet werken
13.
De volgende stelling is onjuist?
a)
Een horecabedrijf is 230a-bedrijfsruimte
b)
Een winkel is 290-bedrijfsruimte
c)
Een kantoorpand is 230a-bedrijfsruimte
d)
Een camping is 290-bedrijfsruimte
14.
Jannie huurt een lingeriewinkeltje in het Centrum van Den Haag van Vendor B.V.. Ze heeft een huurovereenkomst voor een periode van drie jaar. Wat geldt na drie jaar?
a)
Vendor B.V. kan de huurovereenkomst aan het einde van de huurovereenkomst opzeggen
b)
Vendor B.V. kan de huurovereenkomst aan het einde van de huurovereenkomst opzeggen als de
dochter van de directeur van Vendor B.V. in het bedrijfspand een winkel wil
beginnen
c)
Kan Vendor B.V. de huurovereenkomst niet
beëindigen omdat er sprake is van 290-bedrijfsruimte die pas na vijf jaar kan
worden beëindigd.
d)
Jannie
zich op ontruimingsbescherming kan beroepen wanneer Vendor B.V. de overeenkomst
opzegt.
15.
Karel huurt een kantoorruimte van mevrouw Balans en heeft de kantoorruimte in gebruik voor zijn administratiekantoor. De huurovereenkomst heeft een looptijd van vijf jaar. Aan het einde van de huurovereenkomst geldt het volgende:
a)
Mevrouw Balans kan de huurovereenkomst aan het eind van de vijf jaar uitsluitend opzeggen als Karel een slechte huurder is geweest
b)
Karel
is verplicht na die periode van vijf jaar opnieuw een huurovereenkomst te
sluiten voor vijf jaar
c)
Als
mevrouw Balans de huurovereenkomst opzegt kan Karel 10 jaar lang een beroep
doen op ontruimingsbescherming
d)
Als mevrouw Balans de huurovereenkomst wenst te
beëindigen moet zij de huurovereenkomst niet alleen opzeggen maar moet zij ook
de ontruiming aanzeggen van het kantoorpand
16.
Welke stelling is juist?
a)
iedere
huurovereenkomst kun je tussentijds opzeggen
b)
een
huurovereenkomst op grond van 290 bedrijfsruimte kun je altijd tussentijds
opzeggen
c)
een huurovereenkomst
op grond van 230a bedrijfsruimte kun je altijd tussentijds opzeggen
d)
een
huurovereenkomst op grond van 230a
bedrijfsruimte kan de huurder tussentijds opzeggen als partijen dat zijn
overeengekomen
17.
Van een ROZ-model
a)
mag je afwijken, mits dat niet in strijd met de
wet is
b)
mag je
nooit afwijken
c)
mag je
alleen ten gunste van de huurder afwijken
d)
mag je
alleen ten gunste van de verhuurder afwijken
18.
Als de verhuurder zijn pand verkoopt geldt het volgende:
a)
de
huurovereenkomst eindigt onmiddellijk
b)
de
huurovereenkomst blijft alleen maar in stand als de huurder dat wenst
c)
de
huurovereenkomst blijft alleen maar in stand als de verhuurder dat wenst
d)
blijft de huurovereenkomst gewoon in stand, koop
breekt immers geen huur
19.
Als de aandelen in het kapitaal van de huurder worden verkocht geldt het volgende:
a)
de
huurovereenkomst eindigt onmiddellijk
b)
de
huurovereenkomst blijft alleen maar in stand als de huurder dat wenst
c)
de
huurovereenkomst blijft alleen maar in stand als de verhuurder dat wenst
d)
blijft de huurovereenkomst gewoon in stand, door
de verkoop van de aandelen in huurder verandert de partij waarmee de
huurovereenkomst gesloten is niet.
20.
Kies B.V. heeft een huurovereenkomst gesloten met Bert. In de bedrijfsruimte oefent Kies B.V. een tandartspraktijk uit. Kies B.V. verkoopt de onderneming op basis van een activa/passiva transactie aan Tand B.V. Wat is juist:
a)
Bert
is verplicht om Tand B.V. als huurder in de plaats van Kies B.V. te accepteren
b)
de
huurovereenkomst gaat automatisch van Kies B.V. over op Tand B.V.
c)
De
huurovereenkomst loopt af op het moment dat de activa en passiva worden
overgedragen
d)
wanneer Tand B.V. financieel net zo gezond is
als Kies B.V. kan Bert niet weigeren dat Tand B.V. in de huurovereenkomst in de
plaats treedt van Kies B.V.
Reset
