wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening klas 1

Total questions: 46

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.
Welke onderdelen komen voor bij plantencellen en niet bij schimmelcellen?
a)
Celwanden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Celkernen
d)
Vacuoles
2.
Bij welk rijk hebben de organismen zulke cellen?
a)
Bacteriën
b)
Schimmels
c)
Planten
d)
Dieren
3.
Organismen behoren tot dezelfde soort als ze veel op elkaar lijken
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Organismen behoren tot dezelfde soort als ze vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
De blauwe Abessijn en de heilige Birmaan behoren tot één soort.
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
De blauwe Abessijn en de heilige Birmaan kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Bacteriën planten zich meestal voort door sporen
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Bacteriën zijn nuttig als opruimers van dode resten van organismen in de natuur.
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Bacteriën kunnen voedsel doen bederven
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Bacteriën kunnen oorontsteking veroorzaken
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Een bacteriële infectieziekte kan worden bestreden met antibiotica
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Gisten bestaan uit schimmeldraden
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Veelcellige schimmels planten zich meestal voort door deling
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
Paddenstoelen hebben een functie bij de voortplanting van schimmels
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
Deze aandoening wordt veroorzaakt door een schimmel- of een bacteriële infectie
a)
Schimmelinfectie
b)
Bacteriële infectie
16.
Sir Alexander Flemming ontdekte dat de penceelschimmel een stofje maakte die bacteriën kon doden. Hoe heet dit stofje?
a)
Antibiotica
b)
Peneciline
c)
Medicijn
d)
Antifunginen
17.
Bij welke afdeling komen ééncellige planten voor?
a)
Wieren (algen)
b)
Sporenplanten
c)
Zaadplanten
d)
Alle drie
18.
Bij welke afdeling hoort dit?
- wel wortels
- wel stengels
- wel bladeren
- geen bloemen
a)
Algen
b)
Sporenplanten
c)
Zaadplanten
d)
Geen van allen
19.
Tot welke afdeling behoren de planten op dit plaatje
a)
Sporenplanten
b)
Algen
c)
Zaadplanten
20.
Tot welke afdeling behoort de adelaarsvaren?
a)
Algen
b)
Zaadplanten
c)
Sporenplanten
d)
Varens
21.
Wat is de Nederlandse naam van deze plant?
a)
Paardenbloem
b)
Boterbloem
c)
Edelprijs
d)
Gele aardbij
22.
Bij welke afdeling komen planten voor met orgaantjes zoals op het plaatje?
a)
Algen
b)
Sporenplanten
c)
Zaadplanten
d)
Anders
23.
In welke klasse van de zaadplanten zitten de zaden in vruchten?
a)
Naaktzadigen
b)
Bedektzadigen
24.
Tot welke afdeling behoort deze plant?
a)
Algen
b)
Sporenplanten
c)
Zaadplanten
d)
Anders
25.
Welke bomen vind je vaker in zeer koude gebieden?
a)
Bedektzadige bomen
b)
Naaktzadige bomen
26.
Tot welke klasse van zaadplanten behoort een den?
a)
Bedektzadigen
b)
Naaktzadigen
27.
Tot welke klasse behoort de plant op het plaatje?
a)
Naaktzadigen
b)
Bedektzadigen
28.
Welke dieren hebben een huid bedekt met stekels of knobbels?
a)
Zeesterren
b)
Schelpdieren
c)
Zoogdieren
d)
Amfibieën
29.
Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort de zeekat?
a)
Geleedpotigen
b)
Gewervelden
c)
Holtedieren
d)
Weekdieren
30.
Welke dieren zijn niet-symetrisch, hebben een skelet van stevige hoornvezels en leven vastzittend op de bodem van de zee?
a)
Koraal
b)
Sponzen
c)
Stekelhuidigen
d)
Weekdieren
31.
Tot welke afdeling behoort dit organisme?
a)
Geleedpotigen
b)
Gewervelden
c)
Stekelhuidigen
d)
Weekdieren
32.
Dit organisme is een...
a)
Amoebe
b)
Pantofeldiertje
33.
Bij welk dier komen schijnvoetjes voor?
a)
Amoebe
b)
Pantoffeldiertjes
34.
Bij welke groep bestaat het hele lichaam uit segmenten?
a)
Duizendpoten
b)
Kreeftachtigen
c)
Spinachtigen
d)
Insecten
35.
Bij welk dier(en) kun je een voedingsvacuole zien>
a)
Amoebe
b)
Pantoffeldiertjes
c)
Geen van beide
d)
Allebei
36.
In welke groep van de geleedpotigen vind je de meeste verschillende soorten?
a)
Duizendpoten
b)
Kreeftachtigen
c)
Spinachtigen
d)
Insecten
37.
Bij welke groep van gewervelden is de huid bedekt met schubben en slijm?
a)
Amfibieën
b)
Reptielen
c)
Vissen
d)
Zeezoogdieren
38.
Hendrik Jan leest een artikel over een soort die in de loop van zijn leven veranderd van manier van ademhalen. Wat is het?
a)
Vis
b)
Amfibie
c)
Reptiel
d)
Vogel
39.
Hoe plant dit dier zich voort?
a)
Eieren met een schaal
b)
Eieren zonder schaal
c)
Leerachtige eieren
d)
Levendbarend
40.
Zijn vleermuizen warm of koudbloedige dieren?
a)
Warmbloedig
b)
Koudbloedig
41.
Welke van deze soort(en) leggen eieren?
a)
Soort A
b)
Soort B
c)
Soort C
d)
Soort A, B & C
42.
De mens is het nauwst verwant aan de Chimpansee. Mens en chimpansee behoren tot dezelfde... (kies het meest correcte antwoord)
a)
Soort
b)
Geslacht
c)
Familie
d)
Orde
43.
De twee dieren op het plaatje behoren tot dezelfde...
(kies het meest nauwkeurige antwoord)
a)
Soort
b)
Geslacht
c)
Familie
d)
Orde
44.
Kunnen deze twee dieren vruchtbare nakomelingen krijgen?
a)
Ja
b)
Nee
45.
Wat is de geslachtsnaam van deze dieren?
a)
Eekhoorn
b)
Sciurus
c)
vulgaris
d)
carolinensis
46.
Welke klasse behoort niet bij de sporenplanten?
a)
Mossen
b)
Varen
c)
Algen
d)
Paardenstaarten