WorksheetsBloed(somloop)
Total questions: 24
Worksheet time: 5hrs 48mins
Name
Class
Date
1.
Wat heeft een celkern?
a)
Rode bloedcel
b)
Witte bloedcel
c)
Bloedplaatje
2.
Wat doet het hart ?
a)
Bloed zuurstof rijk maken
b)
Bloed pompen
c)
Bloed zuiveren
d)
Bloed opnemen
3.
Zuurstofrijk bloed gaat naar het hart via de....
a)
Longslagader
b)
Longader
c)
Longhaarvat
d)
Aorta
4.
Wat is juist?
a)
Bloed gaat van de aorta naar de linkerkamer
b)
Bloed gaat van de holle ader naar de linkerboezem
c)
Bloed gaat van de aorta naar de rechterkamer
d)
Bloed gaat van de holle ader naar de rechterboezem
5.
Een haarvat is dikker dan een slagader. Is dit waar of niet waar?
a)
Waar
b)
Niet waar
c)
Soms wel
d)
Een haarvat is altijd dikker
6.
Welke bloedvaten hebben meer elastische wanden?
a)
Slagaders
b)
Aders
c)
Haarvaten
7.
Welke bloeddeeltjes functioneren niet goed meer als iemand snel moe is en kortademig?
a)
Witte bloedcellen.
b)
Rode bloedcellen.
c)
Bloedplaatjes.
d)
Het bloedplasma.
8.
Welk type bloedvat kenmerkt zich door het hebben van veel kleppen?
a)
Kransslagaders
b)
Haarvaten
c)
Slagaders
d)
Aders
9.
Wat is JUIST als het om slagaders gaat?
a)
Er stroomt altijd zuurstofrijk bloed door.
b)
Bloed stroomt altijd van het hart af.
c)
Bloed is altijd helderrood dat hier doorheen stroomt.
d)
Je hebt er maar 4 van in je lichaam.
10.
Een hartinfarct wordt veroorzaakt doordat het bloed niet genoeg zuurstof bevat.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Bij welk type bloedvaten kunnen witte bloedcellen door de wand heen?
a)
Slagaders
b)
Aders
c)
Haarvaten
d)
Poortader
12.
Welke aandoening zie je hier ontstaan?
a)
Hoge bloeddruk
b)
Lage bloeddruk
c)
Slagaderverkalking
d)
Te hoog cholesterol
13.
Welke functie hebben bloedplaatjes?
a)
Ziekteverwekkers doden
b)
Zuurstof vervoeren
c)
Wondjes dichtmaken
14.
Welke functie hebben witte bloedcellen?
a)
Ziekteverwekkers doden
b)
Zuurstof vervoeren
c)
Wondjes dichtmaken
15.
In welke fase van je hartslag zijn je halvemaanvormige kleppen open?
a)
Fase 1
b)
Fase 2
c)
Fase 3
16.
Wat is de functie van je grote bloedsomloop?
a)
Zuurstof naar cellen brengen
b)
Koolstofdioxide naar cellen brengen
c)
Bloed naar longen pompen
17.
Wat is de functie van kleppen?
a)
Zodat je bloed niet terug kan stromen
b)
Zodat je bloeddruk daalt
c)
Zodat je bloed gescheiden wordt
18.
Welk bloedvat geeft je hartspier zuurstof en voeding?
a)
Kransader
b)
Aorta
c)
Holle ader
d)
Kransslagader
19.
Je bloed bestaat voor 55% uit
a)
Bloedcellen
b)
Bloedplasma
c)
Water
20.
Hoe heet het bloedvat dat tussen je darmen en lever zit?
a)
Leverslagader
b)
Darmader
c)
Poortader
d)
Darmslagader
21.
In welk bloedvat veranderd het gehalte glucose voortdurend?
a)
In de poortader.
b)
In de leverslagader.
c)
In de aorta.
d)
In de maagslagader.
22.
Welke bloeddeeltjes zitten er in lymfe?
a)
Rode bloedcellen.
b)
Witte bloedcellen.
c)
Bloedplaatjes.
d)
Bloedplasma.
23.
Wat is GEEN functie van een lymfeknoop?
a)
Het maken van witte bloedcellen.
b)
Het maken van rode bloedcellen.
c)
Zorgen voor de afvoer van lymfe.
d)
Geen idee..
24.
Enkele stoffen die in weefselvloeistof voorkomen zijn glucose, koolstofdioxide, zouten en zuurstof. Welk van deze stoffen worden door weefselvloeistof naar de cellen toe gevoerd?
a)
Alleen glucose en zuurstof
b)
Alleen koolstofdioxide en zouten
c)
Alleen glucose, koolstofdioxide en zouten.
d)
Alleen glucose, zouten en zuurstof.
100 %
