wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Argumenteren V5

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Ik weet niet wat ik van deze film vind, want het begin is slecht, maar het einde is briljant.
a)
niet-feitelijk argument
b)
feitelijk argument
2.
Er mag een hoge vliegbelasting zijn: met de auto op vakantie belast het milieu veel minder.
a)
niet-feitelijk argument
b)
feitelijk argument
3.
We kunnen beter niet bij De Keizerskroon gaan eten, want je hebt daar geen menu onder de twintig euro.
a)
niet-feitelijk argument
b)
feitelijk argument
4.
Piet is eigenlijk nog een groot kind. Hij speelt nog het liefste met zijn piratenlego. Redenatie?
a)
Op basis van kenmerk
b)
Op basis van voor- en nadelen
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van oorzaak en gevolg
5.
Als Geert meegaat krijgen we vast ruzie. Dat gebeurde de vorige keer ook.
Redenatie?
a)
Op basis van kenmerk
b)
Op basis van voorbeelden
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van oorzaak en gevolg
6.
Het zal me niet verbazen als we straks buikpijn hebben. Het vlees was namelijk niet goed gaar.
Redenatie?
a)
Op basis van kenmerk
b)
Op basis van voorbeelden
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van oorzaak en gevolg
7.
Russische leiders zijn niet gewend om kritiek te krijgen. Geen wonder dat Poetin zo reageert.
Redenatie?
a)
Op basis van voorbeelden
b)
Op basis van oorzaak en gevolg
c)
Op basis van overeenkomst
d)
Op basis van kenmerk
8.
Een onderschikkende argumentatie bestaat altijd maar uit één argument bij een standpunt.
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Hoe heet deze argumentatiestructuur?
a)
Enkelvoudige argumentatie
b)
Meervoudige argumentatie
c)
Onderschikkende argumentatie
10.
Hoe heet deze argumentatiestructuur?
a)
meervoudige argumentatie
b)
enkelvoudige onderschikkende argumentatie
c)
meervoudige onderschikkende argumentatie
11.
Hoe heet deze argumentatiestructuur?
a)
Onderschikkende argumentatie
b)
Meervoudige argumentatie
c)
Meervoudige onderschikkende argumentatie
12.
Aan welk signaalwoord zie je dat er een conclusie/standpunt volgt?
a)
Maar
b)
Omdat
c)
Want
d)
Dus
13.
Aan welk woord zie je dat er een argument volgt?
a)
Zodoende
b)
Toch
c)
Want
d)
Maar
14.
De docent is de baas in de klas, want hij beslist wat we gaan doen.
Drogreden?
a)
Overhaaste generalisatie
b)
Onjuist beroep op autoriteit
c)
Bespelen van publiek
d)
Cirkelredenering
15.
Mijn docent heeft een goed antwoord fout gerekend. Zie je wel dat hij niet kan nakijken!
a)
Overhaaste generalisatie
b)
Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
c)
Verkeerde vergelijking
d)
Persoonlijke aanval
16.
Wat weet hij nou van gezondheid en sport? Hij is zelf veel te dik!
a)
Overhaaste generalisatie
b)
Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
c)
Persoonlijke aanval
d)
Verkeerde vergelijking
17.
Als je af en toe een krant leest, weet je dat ik gelijk heb.
a)
Persoonlijke aanval
b)
Onjuist beroep op autoriteit
c)
Ontduiken van de bewijslast
d)
Bespelen van het publiek
18.
Jij wilt gewoon de sfeer verpesten door steeds met je buurvrouw te blijven kletsen.
a)
Persoonlijke aanval
b)
Ontduiken van de bewijslast
c)
Vertekenen van het standpunt
d)
Bespelen van het publiek
19.
Rutte wordt vast weer minister-president. Het is een wijs man en heeft veel ervaring.
a)
Onjuist oorzaak-gevolgrelatie
b)
Vertekenen van het standpunt
c)
Bespelen van het publiek
d)
Verkeerde vergelijking
20.
Het is volstrekt niet nodig om te leren voor een toets. Laat ze maar eens aantonen dat je hogere cijfers haalt als je wel leert.
a)
Verkeerde vergelijking
b)
Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
c)
Bespelen van het publiek
d)
Ontduiken van de bewijslast