WorksheetsSpreekwoorden
Total questions: 22
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Als je heel blij bent, dan
a)
loop je met hoofd in de wolken
b)
loop je met je neus in de wind
c)
loop je voor iemands voeten
d)
ben je betrapt
2.
Als je verbaasd bent over iets wat je hoort dan
a)
ben je heel blij
b)
sta je met je handen te klappen
c)
sta je met je oren te klapperen
d)
zet je iemand in het zonnetje
3.
Als je wordt betrapt dan
a)
loop je tegen een muur
b)
pakt de politie je op
c)
loop je tegen de dief
d)
loop je tegen de lamp
4.
Als je heel blij bent met een persoon dan kun je hem/haar
a)
een ijsje geven
b)
in het zonnetje zetten
c)
opslag geven
d)
in de belangstelling zetten
5.
Zij loopt met haar hoofd in de wolken
a)
ze is heel blij en lacht de hele dag
b)
ze ziet niet goed
c)
ze zet iemand in het zonnetje
d)
ze is jaloers
6.
Als je aan het langste eind trekt, dan
a)
verlies je alles
b)
dan ben je de sterkste bij touwtrekken
c)
dan ben je de beste
d)
dan ben je de slechtste
7.
Als je door de mand valt dan
a)
ben je een klungel
b)
neem je het voortouw
c)
is de mand kapot
d)
lieg je en word je betrapt
8.
Wat betekent? Je steekt een stok in het wiel als
a)
de pijp aan Maarten geeft
b)
je wilt dat iets niet doorgaat
c)
Je stokken kwijt wilt
d)
snel wilt fietsen
9.
Als de politie lik op stuk geeft dan
a)
Schrijven zij een proces verbaal
b)
geven zij twee waarschuwingen
c)
geven zij geen waarschuwing, maar meteen een boete
d)
zet de politie honden in
10.
Als iemand het voortouw neemt dan
a)
neemt hij de leiding, heeft haast en kan niet wachten
b)
gaat hij voor het touw staan
c)
waait hij met alle winden mee
d)
wil hij er over spreken
11.
direct twee voordelen bij iets wat je doet
a)
twee dieren in een wagen
b)
twee mieren op 1 hoop
c)
twee muggen dood slaan
d)
twee vliegen in 1 klap slaan
12.
Als je achter het net vist, dan
a)
zit je er net naast
b)
zit je precies goed
c)
vang je geen vissen
d)
zit je er niet naast
13.
Als je met je hand over je hart strijkt, dan
a)
laat je dingen toe, vergeven
b)
ben je verliefd
c)
heb je jeuk
d)
wil je dingen recht zetten
14.
Als je je eigen kansen verspeelt, dan
a)
win je niets
b)
sta je met je oren te klapperen
c)
zet je de bloemetjes buiten
d)
gooi je je eigen glazen in
15.
Wat is het eerste gedeelte van deze zin? Zwijgen is goud
a)
Wachten is hout
b)
Spreken is zilver
c)
Kijken is koud
d)
Spreken kost geld
16.
Uit het hart is het tweede gedeelte van ?
a)
Naast het oog
b)
Bij het oog
c)
In het oog
d)
Uit het oog
17.
Bijten niet is het tweede gedeelte van?
a)
Krijsende kippen
b)
Loeiende koeien
c)
Blaffende honden
d)
Bijtende paarden
18.
Zo zoon is het tweede gedeelte van?
a)
Zo moeder
b)
Zo opa
c)
Zo oma
d)
Zo vader
19.
Vul in: Pas als het ………………… verdronken is, dempt men de put.
a)
puppy
b)
visje
c)
kraai
d)
kalf
20.
Vul in: Ik had zo’n honger. Helaas vond ik de ………………… in de pot.
a)
mot
b)
paard
c)
kalf
d)
hond
21.
Vul in: Degene die naast mij zit, is zo’n ………………… gare. Ik moet steeds om hem lachen.
a)
halve
b)
hele
c)
stomme
d)
leuke
22.
Wat betekent: Wanneer iemand op bestraffende toon zegt dat jij iets fout hebt gedaan, terwijl hij het zelf ook fout heeft gedaan.
a)
Eigen glazen in gooien
b)
Spreken is zilver, zwijgen is goud
c)
De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet
d)
Lik op stuk geven
100 %
