wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Woordenschat H3 klas 1 NN

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Letterlijk of figuurlijk?

Feline is een zacht ei.

a)

letterlijk

b)

figuurlijk

2.

Letterlijk of figuurlijk?

Mijn opa nam me mee naar het circus op het plein.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

3.

Letterlijk of figuurlijk?

Mijn vader ziet op tegen dat circus van online lessen in Teams.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

4.

Letterlijk of figuurlijk?

Toen hij in zijn nieuwe voetbalteam kwam, voelde dat als een warm bad.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

5.

Letterlijk of figuurlijk?

Mariska wil graag een zacht ei bij haar ontbijt.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

6.

Wat is een melkveehouderij?

a)

Bedrijf waar je melk en yoghurt kan kopen

b)

Bedrijf waar melkpakken worden geproduceerd

c)

Bedrijf dat vee houdt voor de melkproductie

d)

Bedrijf voor vlees- en melkproducten

7.

Wat betekent 'exact'

a)

precies

b)

bijna zo

c)

ongeveer

d)

nauwelijk

8.

Wat betekent 'getuige zijn van'

a)

zien

b)

een inbreker oppakken

c)

een criminele activiteit opsporen

d)

trouwen

9.

Wat betekent 'programma'?

a)

tv-show

b)

lijst met wat er gaat gebeuren

c)

verandering

d)

reclameboodschap

10.

Wat betekent 'circa'?

a)

precies

b)

nauwelijk

c)

ongeveer

d)

te veel

11.

Welke uitdrukking is dit?

a)

Als de potjes buiten staan, staan ze niet binnen

b)

De bloemetjes buiten zetten

c)

Liever één potje op de rand, dan tien op de stoep

d)

Als het potje van huis is, lekt ie niet

12.

Welke uitdrukking zie je hier?

a)

Liever drie wielen aan een wagen

b)

De poppetjes buiten zetten

c)

Een pop met lang haar, leeft nog geen jaar

d)

Nu heb je de poppen aan het dansen

13.

Welke uitdrukking zie je hier?

a)

De DJ-muis is al thuis

b)

Als de kat van huis is, dansen de muizen (op tafel)

c)

De kat met z'n koppie in het nauw

d)

Dansen de muizen? Dan krijg je luizen!

14.

Welke uitdrukking zie je hier?

a)

Met 99 op je kruis, kom je vrolijk thuis

b)

Het feestvarken zijn

c)

Ik zal dat varkentje wel even wassen

d)

Het varken is nog niet jarig!

15.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?

a)

mus

b)

koolmees

c)

eend

d)

roodborstje

16.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis

a)

flat

b)

station

c)

villa

d)

rijtjeshuis

17.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?

a)

glas

b)

beker

c)

mok

d)

bord

18.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?

a)

pen

b)

potlood

c)

gum

d)

stift

19.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?

a)

bus

b)

auto

c)

fiets

d)

vliegtuig

20.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?

a)

hond

b)

kat

c)

struisvogel

d)

olifant