NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetscomputer module 1
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat kan je met dit apparaat doen?
a)
surfen
b)
printen
c)
downloaden
d)
muziek afspelen
2.
Wat is het Nederlandse woord voor 'printen'?
a)
afdrukken
b)
opslaan
c)
opstarten
d)
navigeren
3.
Er staan 2 programma's open.
a)
WAAR
b)
NIET WAAR
4.
Wat doet de aanwijzer?
a)
een venster minimaliseren
b)
een venster sluiten
c)
een venster maximaliseren
5.
Welke toetsen zijn dit?
a)
de enter toetsen
b)
de shift toetsen
c)
de backspace toetsen
d)
de delete toetsen
6.
Wat wil dit symbool zeggen?
a)
de prullenbak leegmaken
b)
de usb-stick invoeren
c)
de computer aanzetten
d)
de tijd instellen
7.
Met dit wieltje op de muis kan je...
a)
scrollen
b)
deleten
c)
uploaden
d)
chatten
8.
Om een brief te typen op de computer gebruiken we het programma...
a)
Windows
b)
Edge
c)
Paint
d)
WordPad
9.
Met welke toets typ je het @ ?
a)
shift
b)
alt gr
c)
ctrl
d)
ctrl alt delete
10.
Dit is het symbool van...
a)
de verkenner
b)
Windows
c)
wifi
d)
Android
Reset
