NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsPiramide van biomassa; koolstofkringloop; stikstofkringloop
Total questions: 32
Worksheet time: 1hrs 23mins
Name
Class
Date
1.
CO2 wordt gevormd bij dit proces:
a)
aerobe dissimilatie
b)
assimilatie
c)
fotosynthese
d)
stikstoffixatie
2.
Wat zijn de twee belangrijkste kernmerken van duurzame energiebronnen?
a)
1. onuitputbaar en goedkoop.
b)
2. uitputbaar en duur.
c)
3. ze raken niet op en vervuilen niet.
d)
4. schoon en uitputbaar.
3.
Waarvoor is fotosynthese een oplossing voor het probleem van het versterkte broeikaseffect?
a)
Kun je als brandstof gebruiken
b)
kooldioxide wordt omgezet in voeding en zuurstof
c)
Heeft Nederland nog genoeg voorraden van
d)
Komt vrij bij de verbranding van aardolie
4.
Een boom is
a)
heterotroof
b)
autotroof
5.
een leeuw is een
a)
reducent
b)
consument
c)
producent
6.
Wat heeft een plant nodig om eiwitten te maken
a)
zuurstof
b)
nitraat
c)
ammoniak
7.
Welke pyramide heeft een pyramide vorm?
a)
pyramide van aantallen
b)
pyramide van biomassa
8.
De libel is een consument van de 4e orde.
a)
juist
b)
onjuist
9.
Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?
a)
autotroof
b)
heterotroof
c)
consumenten
d)
producenten
10.
Het koolmeesje is ...
a)
een producent.
b)
een consument van de eerste orde.
c)
een consument van de tweede orde.
d)
een consument van de derde orde.
11.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
12.
In een voedselketen wordt de biomassa in elke volgende schakel kleiner.
a)
juist
b)
onjuist
13.
Welke schakel heeft altijd de grootste biomassa?
a)
consumenten eerste orde
b)
consumenten 2e orde
c)
producenten
14.
In een voedselketen gaat een deel van de energie verloren omdat een organisme wordt opgegeten.
a)
juist
b)
onjuist
15.
Bij insecten is de verhouding tussen opgenomen en doorgeven energie ongunstiger dan bij zoogdieren.
a)
juist
b)
onjuist
16.
Wat is een voedselweb?
a)
Een reeks van eten en gegeten worden.
b)
Alle biotische factoren in een ecosysteem.
c)
Alle voedselrelaties in een ecosysteem.
17.
Hoe noemen we deze kringloop?
a)
koolstofkringloop
b)
stikstofkringloop
c)
kringloop van stoffen
18.
Hoe noemen we de bacteriën en schimmels in een voedselketen?
a)
afvaleters
b)
consumenten
c)
reducenten
19.
Producenten zijn...
a)
autotroof
b)
heterotroof
20.
Consumenten zijn...
a)
autotroof
b)
heterotroof
21.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
22.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
23.
Welke energierijke stof wordt gemaakt bij de fotosynthese?
a)
koolstofdioxide
b)
mineralen
c)
glucose
d)
zonlicht
24.
Waarom hebben organismen stikstofhoudende mineralen nodig?
a)
Ze maken hier koolhydraten van.
b)
Ze maken hier vetten van.
c)
Ze maken hier eiwitten van.
25.
Wat hoort er bij nr 1 te staan?
a)
dierlijke eiwitten
b)
afvalstoffen
c)
verbranding
d)
stikstofzouten
26.
Wat hoort er bij nr 2?
a)
dierlijke eiwitten
b)
afvalstoffen
c)
stikstofhoudende mineralen
d)
verbranding
27.
Wat voor een voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming
28.
Wanneer planten met wortelknolletjes worden ondergeploegd, neemt de hoeveelheid NO3- in de bodem toe. Hoe kan dat?
a)
De plant heeft N2 uit de lucht opgenomen
b)
De bacteriën in de plant hebben N2 uit de lucht opgenomen
c)
De bacteriën in de grond hebben N2 uit de lucht opgenomen
29.
In een piramide van energie verdwijnt energie naarmate je verder naar boven gaat.
Door welk proces verdwijnt er geen energie?
a)
een deel wordt gebruikt voor dissimilatie
b)
een deel wordt gebruikt voor groei
c)
een deel wordt niet opgegeten
d)
een deel wordt niet verteerd
30.
Twee processen in de bodem zijn denitrificatie en nitrificatie. Welk(e) van de twee zorgt voor een hogere vruchtbaarheid van de bodem?
a)
Alleen denitrificatie
b)
Alleen nitrificatie
c)
Beide processen
d)
Geen van beide processen
31.
De koolstofkringloop in water bevat de stof HCO3-.
Hoe komt deze stof in het water?
a)
CO2 lost op in water
b)
CH4 reageert met water
c)
Waterplanten geven deze stof af
d)
Schelpdiertjes geven deze stof af
32.
Welke twee mineralen heeft een plant nodig om DNA te maken?
a)
water en nitraat
b)
sulfaat en nitraat
c)
fosfaat en sulfaat
d)
nitraat en fosfaat
Reset
