Worksheetsmorele ontwikkeling
Total questions: 20
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Welke stelling over de morele ontwikkeling is NIET juist?
a)
Het is de ontwikkeling van het geweten
b)
Het gaat om het aanleren van normen en waarden
c)
Iedereen doorloopt deze ontwikkeling op dezelfde wijze
d)
Het gaat om de goedkeuring en waardering van de omgeving
2.
Wat hoort bij het preconventionele stadium?
a)
In dit stadium denken kinderen egocentrisch
b)
In dit stadium moeten kinderen het morele denken, voelen en handelen nog leren
c)
In dit stadium gaan kinderen handelen naar de normen en waarden
d)
In dit stadium gaat het om de goede relaties met anderen
3.
Wat hoort bij het postconventionele stadium?
a)
In dit stadium kijkt men kritisch naar de normen en waarden
b)
In dit stadium denken de kinderen volgens het 'voor-wat-hoort-wat' principe
c)
In dit stadium kijkt men kritisch naar de normen en waarden en maakt men een eigen keuze hierin
d)
In dit stadium ontwikkelt het principieel geweten
4.
Welke volgorde van fase van moreel denken is de juiste?
a)
Egocentrentrisch, intstrumenteel denken, principieel denken, goede relaties met anderen
b)
gehoorzaamheid en straf, sociaal contract, goede relaties met anderen, verantwoordelijkheid tegenover het systeem
c)
gehoorzaamheid en straf, instrumenteel denken, principieel denken, verantwoordelijkheid tegenover het systeem
d)
egocentrisch denken, instrumenteel denken, goede relaties met anderen, sociaal contract
5.
Hoeveel bouwstenen noemt Thomas Lickona
a)
6
b)
7
c)
8
d)
10
6.
Om een geweten te ontwikkeling moet je een kind grenzen geven en regels opleggen
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Als je uitlegt aan een kind wat je doet en waarom je dit doet, help je een kind verder in zijn morele ontwikkeling
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Thomas Lickona geeft aan dat je op twee manieren op de morele ontwikkeling kan inspelen als opvoeder. Welke noemt hij NIET?
a)
Als voorbeeldfiguur optreden
b)
De morele ontwikkeling stimuleren
c)
Meegaan in de morele ontwikkeling
9.
Als je een kind van 8 jaar wilt stimuleren in zijn morele ontwikkeling. Wat kan je dan het beste doen volgens Thomas Lickona?
a)
Het kind leren om meer op jou, als mens, af te stemmen in plaats van op beloning of straf
b)
Gebruik maken van het 'voor-wat-hoort-wat' principe
c)
Leiding geven aan het kind door regels te stellen
d)
Het kind als persoon behandelen waardoor het begrijpt dat wederzijds respect belangrijk is
10.
Als je bij een kind van drie jaar wilt meegaan in de morele ontwikkeling, wat kan je dan, volgens Thomas Lickona, het beste doen?
a)
Regels stellen en handhaven (straffen)
b)
Waardering geven voor gewenst gedrag
c)
Het kind zoveel mogelijk zelf keuzes laten maken
d)
Een positieve relatie onderhouden met het kind (hun taal spreken, problemen oplossen)
11.
Als je een jongere van 17 jaar wilt stimuleren in zijn morele ontwikkeling. Wat kan je dan het beste doen volgens Thomas Lickona?
a)
De jongere stimuleren om doelen te stellen voor de korte en lange termijn
b)
Evenwicht hanteren tussen zelfstandigheid en controle
c)
Zoveel mogelijk eigen keuzes laten maken
d)
Zelf het goede voorbeeld geven
12.
Vanaf welk stadium levert zelf het goede voorbeeld geven (als begeleider), geen bijdrage meer aan de morele ontwikkeling van kinderen?
a)
preconventionele stadium
b)
conventionele stadium
c)
postconventionele stadium
13.
Bij welke fase van moreel denken hoort deze uitspraak: "Mijn vriendin heeft een keer een mascara gestolen bij de Kruidvat, maar dat zou ik nooit aan iemand vertellen"
a)
instrumenteel denken
b)
principieel geweten
c)
verantwoordelijkheid tegenover het systeem
d)
gehoorzaamheid en straf
14.
Bij welke fase van moreel denken hoort deze uitspraak: "Als ik stil ben als mama aan de telefoon is, mag ik daarna een snoepje"
a)
egocentrisch denken
b)
gehoorzaamheid en straf
c)
goede relaties met anderen
d)
verantwoordelijkheid tegenover het systeem
15.
Bij welke fase van moreel denken hoort deze uitspraak: "Als je geen crop top draagt als meisje, hoor je er niet bij"
a)
goede relaties met anderen
b)
sociaal contract
c)
principieel geweten
d)
instrumenteel denken
16.
Bij welke fase van moreel denken hoort deze uitspraak: "Ik wil best de afwasmachine uitruimen, maar dan wil ik vanavond ook een bakje chips krijgen"
a)
egocentrisch denken
b)
instrumenteel denken
c)
goede relaties met anderen
d)
principieel geweten
17.
Voor de morele ontwikkeling is het belangrijk dat je kinderen het vertrouwen geeft dat het op eigen benen kan staan.
a)
Onjuist
b)
Juist
18.
Welke uitspraak hoort NIET bij het bijbrengen van respect
a)
Steeds voor ogen houden dat kinderen menselijke wezens zijn
b)
Zelf keuzes maken, uitgaande van jouw mening
c)
Eerlijk met ze omgaan
d)
Hen bijbrengen ook respect voor jou te hebben
19.
Ieder mens komt tot fase 5 van de morele ontwikkeling
a)
Juist
b)
Onjuist
20.
Sommige mensen ontwikkelen geen enkele vorm van geweten
a)
Juist
b)
Onjuist
100 %
