wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Science - lucht

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.
De juiste formule voor het berekenen van de massa is
a)
m = p x V
b)
m = V / p
c)
m = p / V
2.
De formule voor de dichtheid is:
a)
Mdeel/Mgeheel x 100%
b)
p= Vx m
c)
p= m/V
d)
Vdeel/Vgeheel x 100%
3.
1 l = ... ml
a)
1
b)
10
c)
100
d)
1000
4.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
5.
Lucht stroomt altijd van....?
a)
A naar B
b)
lage druk naar hoge druk
c)
links naar rechts
d)
hoge druk naar lage druk
6.
Om massa te vergelijken met je van elke stof een even groot volume hebben
a)
maakt niet uit
b)
soms
c)
natuurlijk
d)
onzin
7.
Met een geodriehoek meet ik een lengte van 14 centimeter. De eenheid in deze zin is ....
a)
geodriehoek
b)
14
c)
lengte
d)
centimeter
8.
Met een geodriehoek meet ik een lengte van 14 centimeter. De grootheid in deze zin is .....
a)
geodriehoek
b)
14
c)
lengte
d)
centimeter
9.
256 g = ... kg
a)
0,256
b)
25,6
c)
2,56
d)
2560
10.
0,08 l = ... ml
a)
8
b)
0,8
c)
800
d)
80
11.
2,17 km = ... m
a)
217
b)
21,7
c)
2170
d)
21700
12.
ogen, oren, neus, tong en huid zijn...
a)
stofkenmerken
b)
zintuigen
c)
meetinstrumenten
d)
eenheden
13.
1,6 m³ = ..... ml
a)
1.600.000 ml
b)
16.000
c)
160.000
d)
16.000.000
14.
1,7 m²      = ...... cm² 
a)
1.700
b)
17.000
c)
170
d)
170.000
15.
Een steen heeft een massa van 32 gram en een volume van 20 cm3. Wat is de dichtheid van de steen?
a)
1,6 g/ cm3
b)
1,6 cm3
c)
1,6 g
d)
16 g/ cm3
16.
Een opvangbak heeft leeg een massa van 80 g. Gevuld met benzine is de massa 224 g. Hoe groot is de massa van de benzine?
a)
144 gram
b)
144
c)
304 gram
d)
304
17.
Een vliegtuig kan opstijgen omdat ...?
a)
Hij motoren heeft
b)
Het heel licht is
c)
Er onder de vleugels een lagere druk is dan boven de vleugels
d)
Er boven de vleugels een lagere druk is dan onder de vleugels
18.
Een duikboot kan zinken doordat ....
a)
Hij lucht in zijn watertanken kan laten
b)
Hij lucht in zijn cabine kan laten
c)
Hij water in zijn watertanken kan laten
d)
Hij water in zijn cabine kan laten
19.
Hoe kan ik het volume van een voorwerp bepalen?
a)
Met de maatglasmethode
b)
Door het op te wegen
c)
Door het in de tabel op te zoeken
d)
Door het te vullen met water
20.
15 dm³ = ..... ml
a)
15
b)
1.500
c)
15.000
d)
150
21.
40 hl = ..... cm³
a)
40
b)
4.000
c)
400.000
d)
4.000.000
22.
Ik kan de inhoud van een cilinder berekenen door welke formule te gebruiken?
a)
inhoud = lengte x breedte x hoogte
b)
inhoud = π x r²
c)
inhoud = π x r² x hoogte
d)
inhoud = lengte x breedte
23.
Als een blokje een dichtheid van 0.72 g/cm³ heeft, wat gebeurt er zodra hij in het water komt?
a)
Hij zinkt
b)
Hij drijft
c)
Hij zweeft
d)
Hij stijgt op
24.
Als een blokje een dichtheid heeft van 1.0 g/cm³ heeft, wat gebeurt er zodra hij in het water terecht komt?
a)
hij zinkt
b)
Hij drijft
c)
Hij stijgt op
d)
Hij zweeft
25.
Een stof heeft een dichtheid van 19.3 kg / dm³, welke stof zou dit kunnen zijn?
a)
Goud
b)
Balsahout
c)
Zink
d)
Water