NEW
Font size
WorksheetsWelvaartstheorie
Total questions: 6
Worksheet time: 10mins
Twee beweringen:
I: Gegeven de betalingsbereidheid van een consument zal het surplus groter zijn naarmate de prijs hoger is.
II: Gegeven de prijs van zal het surplus van een consument groter zijn naarmate de betalingsbereidheid groter is.
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Gegeven is de vraaglijn naar chrysanten, zie afbeelding. Bij een marktprijs van € 2,50 bedraagt het totale consumentensurplus...
€ 2.450.000
€ 1.225.000
€ 875.000
€ 612.500
Gegeven is de vraaglijn naar chrysanten; zie bron.
Bij een prijsstijging van € 2,50 naar € 3 bedraagt de surplusafname van de klanten die blijven kopen ..I.. en surplusafname van de vragers die afhaken ..II.. .
I = € 300.000; II = € 25.000
I = € 300.000; II = € 50.000
I = € 350.000; II = € 25.000
I = € 350.000; II = € 50.000
In de volgende afbeelding verschuift de aanbodlijn naar links, hierover de volgende beweringen:
I: Het totale surplus op deze markt neemt af.
II: Het producentensurplus op deze markt neemt toe.
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Welke van de onderstaande beweringen over het gegeven marktmodel zijn correct?
I: Gegeven het marktmodel is de totale welvaart het hoogst bij de evenwichtsprijs van 70.
II: Bij een prijs van 80 is het consumentensurplus hoger dan in het marktevenwicht.
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
