WorksheetsWoordenschat& Spelling-mavo2-H.2
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
Als ze er niet kunnen terecht kunnen, dan zijn ze ook wel
a)
onmisbaar
b)
ontoegankelijk
c)
regulier
2.
Een gift noem je ook wel
a)
inspectiedienst
b)
collectant
c)
donatie
3.
Het hele werkwoord noemen we
a)
de persoonsvorm
b)
infinitief
c)
voltooid deelwoord
4.
Meervoud van twee=
a)
twees
b)
tweën
c)
tweeën
5.
Meervoud van moskee=
a)
moskeeën
b)
moskeën
c)
moskees
6.
Het meervoud van een smoes=
a)
smoesen
b)
smoezen
c)
smoesën
7.
Hergebruiken is ook wel
a)
vernietigen
b)
niet gebruiken
c)
opnieuw gebruiken
8.
herexamen=
a)
een geheel nieuw examen
b)
herhaling van een examen als het eerste onvoldoende is geweest
c)
een eindexamen
9.
heropening=
a)
opnieuw openen
b)
sluiting
c)
niet openen
10.
meervoud van porie=
a)
poriën
b)
porieën
c)
pories
11.
Als je zorgt dat er genoeg geld voor is
dan?
dan?
a)
ben je actief
b)
financier je iets
c)
veil je iets
12.
een ex-basketballer is iemand die
a)
niet meer basketbalt
b)
gescheiden is
c)
begint met basketballen
13.
Als je een wanbetaler bent, dan
a)
geef je al je geld aan Wanda
b)
betaal je op tijd
c)
betaal je heel erg slecht
14.
Als je een wanprestatie levert, dan
a)
lever je een slechte prestatie
b)
doe je het goed
c)
presteer je bovengemiddeld
15.
Als je op tijd klaar bent, dan ben je
a)
punctueel
b)
tijdig
c)
correct
16.
dingen die je kunt doen zijn
a)
activiteiten
b)
festiviteiten
c)
mogelijkheden
17.
inter=
a)
tussen 2 of meer gebieden
b)
een voetbalwedstrij
c)
2 landen met internationale betrekkingen
18.
Wat is een synoniem
a)
verschil tussen zaken die tegenover elkaar staan
b)
een ander woord in dezelfde taal met min of meer dezelfde betekenis
c)
woord dat hetzelfde klinkt en net zo wordt geschreven als een ander woord, maar een heel andere betekenis
19.
Waar of niet waar? Bij zelfst. nw die in het enkelvoud eindigen op ie of ee, moet je voor het meervoud kijken hoe de klemtoon valt.
a)
waar
b)
niet waar
c)
soms
20.
Waar of niet waar?Als een zelfst. nw eindigt op -ee maak je het meervoud met n--, zoals fee=feën
a)
klopt
b)
klopt niet
c)
soms
21.
Waar of niet?Als de klemtoon op de -ie valt, komt er -ën bij:industrie - industrieën
a)
waar
b)
niet waar
c)
soms
22.
Als de klemtoon niet op de -ie valt, komt er -en bij: ceremonie - ceremonieën
a)
waar
b)
niet waar
c)
soms
23.
Waar of niet?
De infinitief eindigt meestal op-en.
De infinitief eindigt meestal op-en.
a)
waar
b)
niet waar
24.
Welk voorvoegsel is fout?
anti- = tegen
her- = weer, opnieuw
non- = vaak
ex- = niet meer
on- = niet
mini- = heel klein
inter- = tussen twee of meer gebieden
wan- = slecht, verkeerd
anti- = tegen
her- = weer, opnieuw
non- = vaak
ex- = niet meer
on- = niet
mini- = heel klein
inter- = tussen twee of meer gebieden
wan- = slecht, verkeerd
a)
ex
b)
her
c)
non
25.
1-Zoek in de tekst naar een synoniem
2-Zoek in de tekst naar een omschrijving van het onbekende woord.
3-Zoek in de tekst naar een voorbeeld.
4-Zoek in de tekst een tegenstelling van het onbekende woord.
5-Een voorvoegsel kan je helpen de betekenis van het woord te vinden
6- Zoek in het woord dat je niet kent een bekend woorddeel.
Welke optie is goed?
2-Zoek in de tekst naar een omschrijving van het onbekende woord.
3-Zoek in de tekst naar een voorbeeld.
4-Zoek in de tekst een tegenstelling van het onbekende woord.
5-Een voorvoegsel kan je helpen de betekenis van het woord te vinden
6- Zoek in het woord dat je niet kent een bekend woorddeel.
Welke optie is goed?
a)
dit zijn woordraadstrategieën, maar 5 hoort er niet bij
b)
dit zijn woordraadstrategieën, maar 3 hoort er niet bij
c)
dit zijn woordraadstrategieën
d)
dit zijn woordraadstrategieën, maar 6 hoort er niet bij
100 %
